Zandwinning

Jaarlijks wordt op de Noordzee circa 35 miljoen m³ zeezand gewonnen, een hoeveelheid die in de komende jaren sterk zal toenemen. Rond 1980 maakte zeezand van de totale hoeveelheid gewonnen zand nog maar enkele procenten uit. Sindsdien is de winning sterk in opmars. Tussen 1992 en 1996 werd jaarlijks circa 20 miljoen m³ zeezand opgebaggerd. Na 2000 nam die hoeveelheid toe tot ongeveer 35 miljoen m³ per jaar. Als de adviezen van de Delta­commissie over een verantwoorde kustbescherming worden opgevolgd, is alleen daarvoor al 85 miljoen m³ zand per jaar nodig.

Zandwinning Noordzee

Zeezand wordt gewonnen in water met een diepte van ruim twintig meter en op ruime afstand (tot wel 20 km) van de kust. Dat gebeurt van de Belgische grens tot halverwege Schiermonnikoog. In de komende vijf jaar gaat het om meer dan 468 miljoen m³ zand. Som­mige gebieden op de Noordzee zijn van zandwinning uitgeslo­ten, meestal omdat er platforms staan of omdat er kabels en leidingen liggen.

Bij de winning van zand wordt de toplaag van de zeebodem opgezogen. Daarbij wordt niet alleen zand weggehaald, maar ook al het leven daarin. Het bodemleven vormt een zeer belangrijke schakel in de voedselketen voor de Noordzee natuur. Bovendien maken de sleephopperzuigers het water door de turbulentie troebel en is er minder licht en zuurstof voor het leven in het water.