Zandsuppletie

De kustverdediging van Nederland stopt niet bij de waterlijn, maar legt een aanzienlijk ruimtebeslag op de Noordzee. Het deel van de Noordzee dat van direct belang is voor de kustverdediging beslaat bijna 8.000 km². Om de structurele erosie van de Nederlandse kust te bestrijden – om weer aan te vullen wat de zee heeft weggenomen – wordt waar dat noodzakelijk is voor de kust zand aangebracht. Het gaat in 2010 bij deze zandsuppleties om circa 5,3 miljoen m³ zand op het strand en circa 7,9 miljoen m³ op de vooroever (voor de kust onder water).

Zandsuppletie

Waar zand wordt aangevuld, verstikt dat het aanwezige bodemleven. Datleidt plaatselijk tot directe sterfte van organismen en de soortsamen­stel­ling van wormen en kreeftachtigen kan tijdelijk veranderen.

Effecten op bodemfauna

De sterfte van de bodemfauna werkt door in de voedselketen. Daar­naast zijn er indirecte effecten: vogels, garnalen, krabben en jonge platvis komen door het gebrek aan bodemfauna zonder voedsel te zitten of moeten uitwijken.

De prioriteit ligt bij de bescherming van het achterland, daarvoor is zandsuppletie noodzakelijk. Het bodemleven blijkt zich na verloop van tijd weer in de nieuw aangebrachte zandlaag te herstellen.