Noordzeeloket

Veelgestelde vragen

De vragen die aan het Noordzeeloket gesteld worden, zijn zeer divers. Hier vindt u een aantal veelgestelde vragen.

  • Hoe zit de calamiteitenorganisatie voor de Noordzee in elkaar?
    De rampen- en incidentenbestrijding vindt plaats onder operationele leiding van de directeur Kustwacht. De Kustwacht is een samenwerkingsverband en vormt een samenwerkingsorganisatie van rijksdiensten (vijf departementen) voor de operationele uitvoering van Kustwachttaken.
    De beleidsmatige aansturing van de Kustwacht geschiedt gebundeld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en door de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee (PKHN).
  • Mag ik de as van mijn dierbare overledene op zee verstrooien?

    Officieel mag u niets zonder toestemming van de overheid in zee strooien, maar in de praktijk wordt het verstrooien van as op zee gedoogd. Informatie over het verstrooien van as op zee kunt u vinden op http://www.yarden.nl/regelen/na-de-uitvaart/as (0800-1292).

  • Waar mag er gebaggerd worden en waar kan ik daarvoor een vergunning aanvragen?
    De overheid heeft bepaalde plekken aangewezen waar gebaggerd mag worden. U kunt deze informatie en een vergunning aanvragen bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat Zee en Delta.
  • Waar kan ik meer informatie vinden over waterstanden, -stromen en golfhoogtes?
    De RWS Waterdienst heeft actuele informatie over deze gegevens. (0320-298411)
  • Waar vinden militaire oefeningen op zee plaats?
    U kunt deze gegevens vinden in het Bericht aan Zeevarenden van de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine.
  • Ik heb een vogel gevonden die onder de olie zit. Waar kan ik dat melden?
    Dit kunt u melden bij Cees Camphuijsen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), (0222-369300). Als de vogel nog leeft kunt u hem brengen naar de plaatselijke vogelbescherming.
  • Ik ben op zoek naar een kaart waar de kabels en leidingen en boorplatformen op de Noordzee opstaan.
    Rijkswaterstaat heeft actuele geografische informatie over de bestaande gebruiksfuncties beschikbaar. Via http://www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/mapviewer2i/ kan men de data bekijken en voor het opvragen van de informatie kan men terecht bij servicedesk-data@rws.nl
  • Welke vergunningen heb ik nodig om een kabel in zee te leggen?
    In principe heeft u een Watervergunning nodig. Volgens de Waterwet (Wtw) moet voor alles dat op of in de bodem van de Noordzee wordt geplaatst een vergunning aangevraagd worden. Uitzondering hierop zijn de kabels die horen bij mijnbouwinstallaties die onder de vergunningverlening van de Mijnwetgeving van het Ministerie van Economische Zaken vallen.
  • Waarom wordt een Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee opgesteld?
    In 2020 moet 16% van onze energievoorziening duurzaam worden opgewekt. Windenergie is één van de duurzame energiebronnen die NL gaat gebruiken om die doelstelling te halen. Daarom wil het Rijk ruimte aanwijzen op het land, maar ook op de Noordzee waar private partijen in de toekomst windparken kunnen bouwen. Daarmee krijgen overheden, burgers en marktpartijen duidelijkheid over de gebieden waar windparken kunnen worden gebouwd en welke randvoorwaarden daarvoor gelden.
  • Waarom wordt er nu ook onderzocht of er binnen de 12 mijlszone windparken gebouwd kunnen worden?

    In het algemeen geldt dat windenergie goedkoper is naarmate dichter bij de kust wordt gebouwd. Dat heeft onder meer te maken met waterdiepte, vaarafstand voor het aanleggen en de kabelafstand. Gezien de doelstelling van 16% duurzame energie in 2020 wil het kabinet alle mogelijkheden onderzoeken om de doelstelling te halen.

  • Wat houdt de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee in?

    In de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee wijst het Rijk gebieden aan buiten de 12-mijlszone (ongeveer 23 kilometer uit de kust) waar ruimte is voor windenergie. Nieuwe windparken mogen op zee alleen worden gebouwd in aangewezen windgebieden. Waar de nieuwe parken precies komen binnen deze windgebieden is nog niet bekend, dat is pas aan de orde bij concrete initiatieven.

  • Wat wordt er onderzocht?

    Er wordt een haalbaarheidsstudie gedaan waarin gekeken wordt wat er ruimtelijk mogelijk is. De kustzone is een gebied dat ook intensief wordt gebruikt voor andere functies. Zo is deze zone van belang voor zandwinning. Mogelijk extra kosten voor zandwinning (verlies aan betaalbare zandvoorraad en omvaarkosten) zijn onderdeel van het onderzoek. Daarnaast wordt onderzocht welke kostenreductie bij de aanleg van windparken in de 12-mijlszone kan worden bereikt. Niet alle locaties binnen de 12 mijlszone voor windparken zijn goedkoper dan buiten de 12-mijlszone, dit hangt o.a. af van de afstand tot het aansluitpunt op het landelijke elektriciteitsnetwerk.

  • Waar liggen de gebieden die aangewezen moeten worden?

    De gebieden liggen voor de Hollandse Kust en ten Noorden van de Wadden, buiten de 12-mijlszone. Ten Noorden van de Wadden op ruim 80 km.

  • Hoe verhoudt dit onderzoek zich tot het lopende aanwijsproces buiten de 12 mijlszone?

    Het lopende aanwijsproces van gebieden voor windenergie voor de Hollandse Kust en ten Noorden van de Wadden blijft ongewijzigd. In de structuurvisie Windenergie op Zee worden die gebieden vastgelegd. Ze liggen buiten de 12 mijlszone. De structuurvisie is een uitwerking van het Nationaal Waterplan en moet in het voorjaar van 2014 gereed zijn.

  • Maar er zijn of worden toch ook vergunningen verleend voor windparken op zee?

    Dat klopt. In 2009 zijn onder het beleid voor de zogenaamde 2e ronde 12 vergunningen verleend. Voor 3 vergunningen is subsidie gekregen en voor die parken is de bouw in voorbereiding. Dit zijn het park Q10/Eneco Luchterduinen op ca. 23 km uit de kust van Noordwijk en het project Gemini, bestaande uit de parken Buitengaats en ZeeEnergie op ongeveer 60 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog. De overige vergunningen kunnen nog tot 2020 worden gebruikt. Met de 12 vergunningen in ronde 2 zijn nog niet alle vergunningprocedures voor windparken op de Noordzee beëindigd. Vanwege het feit dat het vergunde park Scheveningen Buiten niet benut kan worden door verplaatsing van scheepvaartroutes, zal de vergunninghouder daarvan naar verwachting een windpark op de lokatie  Q4-West aanvragen. Naast Q4-West  gaat mogelijk nog een vergunningprocedure lopen voor de locatie Helmveld op meer dan 30 kilometer uit de Hollandse kust. Nieuwe aanvragen voor de 2e ronde zijn niet meer mogelijk. In de 3e ronde mogen alleen windparken worden gebouwd in aangewezen gebieden.

  • Wanneer zijn de resultaten van het onderzoek naar windparken binnen de 12 mijlszone bekend?

    IenM verwacht dat de resultaten rond de zomer van 2013 beschikbaar zijn.

  • Hoe komt de Rijksstructuurvisie tot stand?

    Om een goede keuze te kunnen maken over de gebieden waar windparken kunnen komen, wordt een milieueffectrapport (planMER) gemaakt waar de mogelijke gevolgen van windparken voor het milieu worden onderzocht. Omdat windparken significante gevolgen kunnen hebben voor beschermde natuur, wordt in een zogenaamde Passende beoordeling onderzocht wat deze effecten zijn.

  • Hoe wordt de omgeving betrokken?

    De haalbaarheidsstudie wordt van grof naar fijn uitgewerkt. Het gaat om een enorm gebied van 23 km breed van de Belgische tot de Duitse grens. In de eerste fase worden daarom vooral de kustoverheden en landelijke sectoren betrokken bij de aanpak. Als bekend is welke gebieden mogelijk in aanmerking komen, zal meer in detail worden gekeken naar de haalbaarheid. Dit gebeurt in overleg met regionale partijen.

  • Hoe worden burgers en stakeholders betrokken bij de Rijksstructuurvisie?

    De Rijksstructuurvisie komt tot stand in samenspraak met de kustprovincies, de kustgemeenten en betrokken sectoren als energiemaatschappijen, mijnbouwondernemingen en scheepvaart. Ook maatschappelijke organisaties worden betrokken.
    Burgers worden uitgenodigd om aan de hand van een aantal vragen te reageren op het voornemen voor de structuurvisie en het opstellen van de planMER. Er worden twee informatieavonden georganiseerd. De zienswijzen worden betrokken bij het opstellen van het planMER en de ontwerp-Rijksstructuurvisie.
    Het planMER en de ontwerp-Rijksstructuurvisie worden vervolgens in het najaar van 2013 ter inzage gelegd. Burgers kunnen ook dan hun zienswijze naar voren brengen.

  • Waar kan ik terecht voor meer informatie?

    U kunt een email sturen naar windopzee@minienm.nl

  • Wanneer wordt de Rijksstructuurvisie vastgesteld?

    De Rijksstructuurvisie wordt naar verwachting in het voorjaar van 2014 vastgesteld.