‘Met deze oliebestrijdingsoefening bereiden we ons voor op de toekomst’

Op 18 en 19 juni 2019 werd bij Helgoland (Duitsland) een aanvaring gesimuleerd tussen een containerschip en een tanker in de buurt van een windpark. De schepen MS Arca en MS Rotterdam van Rijkswaterstaat namen deel aan deze internationale oefening die ervoor moet zorgen dat wij ons samen met andere landen zo goed mogelijk kunnen wapenen tegen verschillende olierampscenario's op zee.

oefening-oliebestrijding-noordzee_tcm21-224462Jaarlijks is er op de Noordzee een oliebestrijdingsoefening met schepen uit Denemarken, Duitsland en Nederland. Dit jaar was het voor het eerst een oefening in een windpark. De oefening vond plaats in het Duitse windpark Meerwind Süd | Ost. Vanuit de lucht werd het incident door de Nederlandse- en Duitse kustwachtvliegtuigen geobserveerd en aangestuurd. Richard van Belzen en Michiel Visser, allebei nautisch adviseur bij Rijkswaterstaat, waren aanwezig op de MS Arca en vertellen over de oefening en wat we ervan hebben geleerd.

Olielekkage in de vorm van popcorn

In het scenario werd een olielekkage gesimuleerd. Er werd geen olie gebruikt maar popcorn. Waarom gepofte maïs is gekozen als olievervanger, heeft volgens Richard van Belzen vooral een milieutechnische reden. ‘Er wordt vaak voor popcorn gekozen, omdat het een natuurlijk product is. Popcorn wordt opgegeten door vogels of het lost op waardoor je geen schade aan de natuur aanbrengt’. Daarnaast heeft popcorn gelijkende eigenschappen van olie. ‘Het is gevoelig voor de wind, de stroming van het water, het blijft op het water drijven en het is net als olie zichtbaar voor deelnemers zodat je het kan opvegen’, aldus Van Belzen.

Oliebestrijding windparken

Michiel Visser legt vanaf de MS Arca uit hoe ze te werk gingen om de popcorn (olie) op te ruimen: ’Twee schepen voeren naast elkaar met daartussen een oliescherm. In het midden van het scherm was een opening waardoor het water met de olie bij elkaar werd gebracht.’ Volgens Visser komt dan het schip van Rijkswaterstaat, de MS Arca in actie. ‘De geconcentreerde olie vloeit uit de opening van het scherm en het oliebestrijdingsvaartuig, in dit geval de MS Arca, veegt het door middel van de veegarmen op. Op deze manier kan er een groot oppervlakte worden schoongeveegd.'

bestrijdingsoefening-olie-noordzee_tcm21-224464

Er is in een windpark geoefend, omdat het volgens Visser enorm lastig is om een olielekkage tussen de windmolens op te ruimen. Je kan namelijk niet vrij bewegen vanwege de stroming en windinvloeden en het is gevaarlijk om dicht bij de windturbines te varen. ‘Op een gegeven moment moesten we 180 graden draaien in het windpark. De twee schepen met het oliescherm zitten aan elkaar vast en de gezagvoerders moesten heel goed met elkaar afspreken hoe ze tussen de windmolens door gingen draaien. Het leek bijna op synchroonzwemmen’, vertelt Visser.

Geslaagde oliebestrijdingsoefening

Het doel van de oefening was volgens Visser om de samenwerking tussen de drie landen en de oliebestrijding in een windpark te oefenen. ‘We hebben geleerd hoe we samen met schepen die we niet kennen en degene waar we dagelijks mee werken in bepaalde formaties kunnen varen. Ook hebben we ervaren hoe we manoeuvres langs de windmolens zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Daardoor kunnen we ons voorbereiden op de toekomst met de ontwikkelingen van windparken op de Noordzee.’

oliebestrijdingoefening-noordzee_tcm21-224466

Samenwerking landen Noordzeegebied

Bij calamiteiten, maar ook bij het opsporen en bestrijden van verontreiniging op zee helpen Noordzeestaten elkaar. In 2019 bestaat deze samenwerking tussen de verschillende Noordzeestaten en de Europese Unie (Bonn Agreement) 50 jaar. De Noordzeestaten bestaan uit België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Ierland, Noorwegen en Zweden.

In geval van een olieverontreiniging worden indien nodig de naburige landen ingezet op basis van de incidentlocatie en de benodigde inzet om olie snel te kunnen opruimen. Op deze manier worden gezamenlijk de Noordzee en de Waddenzee zo goed mogelijk beschermd.

Bron: Rijkswaterstaat