Energietransitie vereist langetermijnstrategie Noordzee

Bij een sterke groei van windparken op zee wordt de ruimte op de Noordzee schaars. Er dient dan een strategie te komen voor de Noordzee die reikt tot 2050. Een strategie tot 2030 is onvoldoende om de doelen voor klimaat, natuur en visserij optimaal te kunnen combineren. Juist na 2030 kan de realisatie van windparken op zee en de opslag van CO2 in oude gasvelden in een stroomversnelling komen. Dat leidt tot grote uitdagingen op het gebied van ruimtelijke planning op zee en op land, infrastructuur, natuurbescherming en visserij. Er zijn nu al keuzes nodig voor de Noordzee om te voorkomen dat er in de periode na 2030 onomkeerbare problemen ontstaan.

Dat is de hoofdconclusie van de scenariostudie ‘De toekomst van de Noordzee’ die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft uitgebracht. Met deze studie verkent het PBL de ruimtelijke en ecologische effecten van plausibele activiteiten op de Noordzee tussen nu en 2050 op natuur, energietransitie en voedselvoorziening (visserij en aquacultuur). Vier scenario’s geven een breed palet van de mogelijke ruimtelijke en ecologische gevolgen. Hierbij gaat het niet alleen om de ambities om de klimaatverandering te beperken, maar ook om sectoren als de visserij, de scheepvaart en de zandwinning te verduurzamen.

Grootste uitdagingen na 2030

Er staat veel te gebeuren op de Noordzee. Nederland heeft beleid ingezet om uiterlijk in 2020 het milieu voldoende te hebben hersteld volgens Europese regels. De visserij zoekt naar manieren om genoeg te kunnen blijven vissen ondanks het dreigende verbod op de pulskorvisserij en de Brexit. En tegelijkertijd wil het kabinet de Noordzee gebruiken om met windenergie en opslag van CO2 in oude gasvelden een grote slag te slaan om de klimaatafspraken van Parijs te halen. Uitbreiding van windenergie op zee kan bovendien helpen om de afname van de nationale aardgasproductie te accommoderen.

Tot 2030 is de ruimte die al gereserveerd is op de Noordzee voldoende om de groei van windenergie aan te kunnen, ook in het meest ambitieuze scenario. Daarna zullen er vele nieuwe gebieden nodig zijn, als er in 2050 ongeveer 20 tot 60 keer zoveel windenergie op zee komt te staan in vergelijking met 2017. In het maximale scenario beslaan de windparken in 2050 ongeveer een zesde tot een kwart van het Nederlandse deel van de Noordzee. De windparken leveren dan tegen die tijd tot twee keer zoveel elektriciteit als er nu in Nederland wordt gebruikt. Die hoeveelheid kan niet allemaal meer efficiënt met kabels aan land worden gebracht. Een deel van de stroom zou dan direct via kabels in de Noordzee kunnen worden geëxporteerd of omgezet naar andere vormen van energie, zoals waterstof.

Het verenigen van de doelen en belangen van de energietransitie, de natuur en de visserij vormt een grote ruimtelijke opgave, vooral vanwege de grote toename van wind op zee. Dit vraagt daarom nu al keuzes voor de periode na 2030.

Natuur en visserij hebben baat bij langetermijnplanning

Hoewel het netto effect van een windpark ook positief kan uitpakken voor de natuur, is onbekend wat de langetermijngevolgen zullen zijn bij een almaar groeiend aantal windparken op zee. De effecten op de natuur zullen voortdurend in kaart moeten worden gebracht om te voorkomen dat er besluiten worden genomen met onomkeerbare gevolgen, die de Noordzeenatuur onvoldoende ruimte laat voor verbetering en herstel.

Een windpark kan tot nieuw (onderwater)natuurgebied worden bestempeld of geschikt worden voor visserij of aquacultuur. Dit maakt de ruimte op de Noordzee minder knellend, maar voor vogels en vleermuizen boven het water blijven windturbines een obstakel. De politieke afwegingen hierbij worden voorbereid in de Noordzeestrategie 2030 van het Rijk die dit jaar zal verschijnen. Bij een forse uitbreiding van wind op zee, vooral na 2030, is het belangrijk om hierbij eveneens al rekening te houden met wat er in de periode 2030-2050 kan gaan gebeuren.

Keuzes, planning en voorbereiding nodig, ook internationaal

Bij een hoge groei van windenergie op zee komen er, mogelijk al vóór maar zeker ná 2030, allerlei knelpunten in zicht als gevolg van de effecten op de natuur en de benodigde energie-infrastructuur op zee en op land. Opgaven als het transport naar land van de toenemende energieproductie op zee, eventueel installaties voor omzetting van elektriciteit naar waterstof met bijbehorende infrastructuur, het afbreken van oude platforms of hergebruiken bij CO2-opslag en de aanleg van energie-eilanden vereisen nu al keuzes, planning en voorbereiding voor de periode na 2030. Dit is het gevolg van lange doorlooptijden van soms meer dan 10 jaar bij de planning en uitvoering van projecten en de samenhang met andere thema’s. Want al deze ontwikkelingen zullen zich moeten verhouden tot de ruimte en omstandigheden die als voorwaarden dienen voor een robuuste natuur, visserij, aquacultuur en andere gebruikers van de Noordzee.

Ook andere Noordzeelanden zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland willen veel windparken op zee ontwikkelen en zullen de natuur verder moeten verbeteren om aan internationale afspraken voor natuurherstel te voldoen. Dat vraagt om een voorzichtige aanpak bij de ontwikkeling van windenergie op zee, bij voorkeur in internationaal verband. Het behartigen van de nationale belangen, het tijdig halen van de klimaatdoelen, het betaalbaar houden van windenergie op zee en de lange termijn planning van grote infrastructurele projecten vergen dat hier snel werk van wordt gemaakt.