Wind op Zee Ecologisch Programma (Wozep)

In 2016 is een vijfjarig onderzoeksprogramma opgestart om de kennisleemtes rond de ecologische effecten van windenergie op zee te onderzoeken. Dit onderzoeksprogramma zal vanuit de rijksoverheid worden aangestuurd en zal onder meer onderzoek doen naar de aannames die zijn gedaan in het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC). Dit onderzoeksprogramma noemen we het Windenergie op zee ecologisch programma (Wozep).

Wozep logo

Achtergrond

De bouw en ingebruikname van de windparken op de Nederlandse Noordzee is voorafgegaan en begeleid door monitoring en onderzoek. Voor elk windpark apart werd een monitoring- en evaluatieprogramma uitgevoerd om de invloeden op ecologie en natuur van de Noordzee te onderzoeken. De initiatiefnemer van de vergunning was verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren hiervan. Met kennis uit deze onderzoeksprogramma's van nu al bestaande windparken is een eerste model-schatting gemaakt van het netto effect van alle op de Noordzee bestaande en geplande windparken tot 2023 op expliciet beschermde vogel- en zeezoogdiersoorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (EU). Dit Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) werd in opdracht van het Ministerie van EZ door Rijkswaterstaat in samenwerking met wetenschappelijke partners ontwikkeld.

Het gebruik van onvoldoende gevalideerde model-inschattingen vanwege tekorten in kennis zorgt echter voor onzekerheden in de voorspelbaarheid van het ecologisch ‘veilig’ kunnen bouwen van al die nieuwe offshore windparken. Verder onderzoek is daarom hard nodig. Nu, met 10 windparken in korte tijd te realiseren, is daarom gezocht naar een aanpak die beter past bij onderzoek naar de (cumulatieve) effecten van windenergie op zee op het ecosysteem en naar de mechanismen erachter. Anders dan voorheen stuurt de overheid nu direct dit vervolgonderzoek aan. Oogmerk van deze beleidswijziging is efficiënter onderzoek en relevantere en directer implementeerbare informatie. Het Ministerie van EZ heeft daarom Rijkswaterstaat opdracht gegeven een nieuw monitoring- en onderzoeksprogramma te ontwikkelen en uit te voeren in de periode 2016-2021. De nieuwe kennis over de (cumulatieve) effecten van offshore windparken wordt direct toegepast, o.a. door reductie van onzekerheden in de KEC-uitkomsten. Dit nieuwe programma hebben we het ‘Wind op zee ecologisch programma’ gedoopt, afgekort als Wozep.

Activiteiten 2016

In het startjaar 2016 heeft Wozep een aantal voorbereidende activiteiten opgezet binnen de genoemde thema’s. Dit waren met name haalbaarheidsstudies, mogelijkheden voor modelmatige aanpakken, voorbereiding van meetsystemen en inventarisaties van bestaande kennis en data. Hierbij houden we dan ook rekening met wat er in de ons omringende Noordzeelanden is en wordt gedaan.

Monitorings- en onderzoeksprogramma 2017-2021

Eind 2016 is een meerjarig monitoring- en onderzoeksprogramma opgeleverd waarin globaal de onderzoekslijnen voor de periode 2017-2021 worden geschetst. Bij de uitwerking en keuzes zijn opdrachtgever, deskundigen en stakeholders betrokken. Keuze van de onderzoekslijnen wordt bepaald door een afweging op twee tijdshorizonten:

  • Korte termijn (tot 2023): gericht op gebruik van de resultaten in de geplande windparken. Centraal hierin staat het onderzoek naar de aannames die in de ecologische beoordeling voor deze parken zijn gedaan. Daarnaast worden ook nut, noodzaak en effectiviteit onderzocht van de maatregelen die worden opgelegd aan de windsector  om ecologische schade te beperken;
  • Lange termijn (na 2023): welke kennis is nodig om verdere uitbreiding van windparken op zee op een verantwoorde manier te kunnen laten plaatsvinden, wat zijn de te verwachten effecten van het verder uitbreiden van het aantal windparken op de Noordzee, waar precies kunnen ze komen en met welke mogelijke consequenties, hoe kunnen negatieve effecten in voldoende mate worden vermeden, etc.

In de vijfjarige periode van Wozep zal veel baanbrekend werk worden verricht, waarbij veel nieuwe kennis over zee-ecologie en effecten erop zal worden ontwikkeld. Andermaal staan we voor de uitdaging deze nieuwe kennis goed in te zetten ten behoeve van de verduurzaming van de energiebehoefte.

Waar kijkt Wozep naar?

De belangrijkste kennisleemtes liggen op het gebied van de (cumulatieve) effecten van aanleg en gebruik van offshore windparken op de beschermde habitats en soortgroepen (en leefgebieden) van zeezoogdieren (bruinvis en twee soorten zeehonden), zee- en kustvogels, trekkende landvogels, onderwaterhabitats (voor bodemfauna en vis) en, verrassenderwijs, over de Noordzee trekkende vleermuizen. Bruinvis, gewone en grijze zeehond ondervinden waarschijnlijk de meeste overlast van het heigeluid in de aanlegfase van een windpark. Gedurende langere tijd kan het gebied  daardoor ongeschikt worden als rust- en foerageergebied voor deze soorten, hetgeen kan doorwerken op de fitness, en daarmee op de overleving en de voortplanting. Zee- en kustvogels kunnen via twee of drie manieren last ondervinden van operationele windparken. Soorten kunnen geneigd zijn kunstmatige structuren offshore te vermijden omdat ze die niet als hun ‘leefgebied’ herkennen. Zij zien zich dan genoodzaakt uit te wijken naar alternatieve gebieden. Dit kost extra energie en/of tijd en gaat ten koste van hun fitness. Soorten die niet afgeschrikt worden door windparken, lopen een risico in aanvaring te komen met de ronddraaiende rotorbladen van de turbines. Dit kan extra sterfte veroorzaken, wat ook weer kan leiden tot onaanvaardbare populatie-effecten. Het risico op aanvaringen geldt ook voor trekkende ‘landvogels’ en voor (over zee) trekkende vleermuizen. Pas zeer recent hebben directe waarnemingen ’s nachts met bat-detectors en ringterugmeldingen laten zien, dat met name de ruige dwergvleermuis structureel heen en weer trekt tussen het Europese vasteland en het Verenigd Koninkrijk. Voegen we daarbij dat vleermuizen boven land aantoonbaar aangetrokken worden tot windparken én dat ze daarbij inderdaad regelmatig slachtoffer worden van aanvaringen, dan wordt gelijk duidelijk dat ook deze vanuit Europa strikt beschermde soortgroep aandacht verdient.Wozep besteedt ook aandacht aan de mogelijke veranderingen in het onderwatermilieu. Veranderingen in stroming en/ of patronen van erosie en sedimentatie dan wel in de aanwezigheid van hard substraat op de bodem leiden theoretisch tot mogelijke veranderingen in onderwaterhabitats Deze effecten kunnen via voedselbeschikbaarheid doorwerken in de kwaliteit van leefgebied voor beschermde soorten. Dit geldt zowel voor een aantal vissoorten als voor zeezoogdieren en vogels.