Scheepvaart

Recent heeft Rijkswaterstaat de cumulatieve effecten van windparken op de scheepvaartveiligheid onderzocht. Het gaat om de windparken die tot 2030 worden gebouwd op het zuidelijk deel van de Noordzee. In totaal gaat het om circa 850 extra windturbines over een gebied van zo’n 1.600 km2.

Uit dit onderzoek, uitgevoerd door het MARIN, blijkt dat met de komst van de windparken de kans op aanvaringen tussen schepen maar beperkt toeneemt. Maar aanvaringen en aandrijvingen met windturbines nemen wel aanzienlijk toe met mogelijke schade aan de economie (schepen en/of turbines), het mariene milieu en letselschade. De beleidsambitie is om het huidige veiligheidsniveau voort te zetten en daarom zijn aanvullende maatregelen nodig voor een verantwoorde aanleg en exploitatie van de windparken uit de routekaart windenergie op zee. Deze maatregelen komen bovenop alle activiteiten en maatregelen voor scheepvaartveiligheid die nu al door onder andere de Nederlandse Kustwacht worden uitgevoerd.
Het MARIN heeft een aantal maatregelen geselecteerd die de kans op en gevolgen van aanvaringen verminderen of beperken:

  • preventieve maatregelen, zoals het plaatsen van sensoren om zicht te krijgen op de scheepvaart, actuele weersinformatie en een vorm van verkeersbegeleiding vanuit de Kustwacht en
  • reactieve maatregelen, zoals een sleep- of bergingsschip en extra zoek- en reddingcapaciteit (SAR).

Maar na een jaar analyse zijn er toch nog onzekerheden, zowel ten aanzien van de daadwerkelijke risico’s (kans x gevolg) als ook over de effectiviteit van enkele maatregelen. Ook over de doorvaart van de windparken is er nog geen eenduidig beeld. Daarom is voorgesteld om een monitorings- en onderzoeksprogramma op te zetten speciaal voor effecten op de scheepvaart.

Wind op zee 2030 Gevolgen voor scheepvaartveiligheid en mogelijke mitigerende maatregelen. (pdf, 19 MB)