Zeezoogdieren

Het zeezoogdierenonderzoek binnen Wozep richt zich vooral op het opdoen van meer kennis over de directe effecten van de aanleg en uiteindelijk de exploitatie van een windmolenpark en de doorvertaling hiervan op populatie niveau. Naast het gebruik van modellen (voor zowel onderwatergeluid en de effecten hiervan op populatieniveau) worden er ook veel veldmetingen gedaan in en nabij windmolenparken (in aanbouw) en  wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gedrag van bruinvissen.

In het Nederlandse deel van de Noordzee komen verschillende zeezoogdieren voor, waarvan de bruinvis (Phocoena phocoena) en twee type zeehonden, de gewone zeehond (Phoca vitulina )  en de grijze zeehond (Halichoerus grypus), de meest voorkomende soorten zijn. De Noordzee en de kustzone wordt gebruikt om te eten, om te rusten en om voort te planten.

Bruinvissen (kleine tandwalvis soort) hebben een zeer goed gehoor en maken gebruik van echolocatie. Echolocatie wordt gebruikt voor het vinden van voedsel, maar ook voor navigatie op korte afstand, het ontwijken van vijanden en mogelijk ook voor communicatie. Bruinvissen maken naast echolocatie (hoogfrequent) ook gebruik van sonar (laagfrequent). Sonar is waarschijnlijk beter bruikbaar in ondiepe gebieden met licht glooiende hellingen. Zeehonden lokaliseren hun prooien juist meer met hun snorharen en op zicht, maar mogelijk ook op het gehoor.

Zeezoogdieren kunnen hinder ondervinden van (menselijke) geluidsoverlast onderwater, waaronder scheepvaart, seismisch onderzoek, opruimen van explosieven en aanleg (en exploitatie) van windmolenparken.

Omdat deze zeezoogdieren een beschermde status hebben wordt er binnen het Wozep onderzoek gedaan om de mogelijke effecten van de aanleg (geluid) en aanwezigheid (verandering van leefomgeving) van windmolenparken op zee in kaart te brengen. Met behulp van deze informatie kunnen er bijvoorbeeld speciale bouwvoorschriften worden vastgesteld om zo de verstoring op zeezoogdieren te beperken. Deze bouwvoorschriften zijn vastgelegd in het kavelbesluit. Zo dient er voorafgaande aan de hei werkzaamheden een akoestisch afschrikmiddel ingezet te worden om zeezoogdieren en gevoelige vissen uit het gebied te verjagen. Vervolgens wordt de hei intensiteit rustig opgebouwd, zodat eventueel achtergebleven dieren de tijd hebben om weg te zwemmen. Daarnaast gelden er strenge voorwaarden met betrekking tot de onderwater geluidsproductie (in de vorm van een geluidsnorm) tijdens het heien van de windturbines.

Gebruik van de onderzoeksresultaten

Het zeezoogdierenonderzoek draagt bij aan het verkleinen van de onzekerheden van de effecten van offshore windmolenparken op zeezoogdieren. Hierdoor kunnen toekomstige milieueffectrapportages voor de windparken nauwkeuriger worden. Ook kan het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) met behulp van extra gegevens de opgetelde effecten van windparken op zeezoogdieren beter berekenen. Het KEC onderzoekt wat de gecumuleerde ecologische effecten kunnen zijn van bestaande, in aanbouw zijnde en toekomstige windparken in de zuidelijke Noordzee. Daarnaast  zorgt een betere kennis van effecten voor beter onderbouwde vergunningsvoorschriften die worden opgenomen in de kavelbesluiten voor de windmolenparken.  Een voorbeeld van zo’n vergunningvoorschrift is het vaststellen van een geluidsnorm om de effecten van het heien van de windturbines te mitigeren.

Lopend onderzoek

Om te kijken hoe effectief deze nieuwe maatregelen zijn wordt er binnen Wozep grootschalig onderzoek gedaan bij de aanleg van de windmolenparken voor de kust van Zeeland (Borssele I & II). Zo wordt er o.a. met akoestische meetapparatuur gekeken naar aanwezigheid van bruinvissen in en rondom het gebied waar gewerkt wordt en zijn er 20  zeehonden (10 gewone zeehonden en 10 grijze zeehonden) gezenderd in de Voordelta [lees meer over dit onderzoek] Met behulp van deze zenders wordt het gedrag van deze zeehonden in kaart gebracht. Deze onderzoeken zullen ons meer inzicht geven in de daadwerkelijke verstoring tijdens de bouw van een (gemitigeerd) windmolenpark.

Daarnaast wordt er ook onderzoek gedaan naar de gevoeligheid van bruinvissen voor geluid (verschillende frequenties) en de effecten in de vorm van gedragsveranderingen en gehoor.

Afgeronde onderzoeken