De regels voor varen in windparken

In het kort:
Marifoon

Het is verplicht een AIS transponder (minimaal klasse B) aan te hebben staan enVHF-kanaal 16 op de marifoon uit te luisteren en te reageren wanneer u wordt opgeroepen.

Overdag

De parken zijn alleen overdag toegankelijk (na zonsondergang is toegang verboden en strafbaar). De exacte tijden van zonsopgang en -ondergang van het KNMI zijn hierin bepalend.

24 meter

De windparken zijn alleen toegankelijk voor schepen met een lengte over alles (LOA) tot 24 meter.

50 meter

Het is niet toegestaan om de constructies in een windpark te betreden. Houd minimaal 50 meter afstand tot turbinepalen en 500 meter tot een transformatorstation. Dit geldt ook voor voorwerpen vanaf het vaartuig, zoals lijnen, dobbers en haken.

Anker

Het is in de windparken niet toegestaan contact met de bodem te maken; bijvoorbeeld door voor anker te gaan of door met sleepnetten over de bodem te slepen.

Hengel Alleen vissen met hengels is toegestaan, met inachtneming van bovenstaandeafstandsregels.
Vistuig

Overig vistuig wordt zo vastgemaakt dat het niet onmiddellijk kan worden gebruikt. Het vistuig moet zich in zijn geheel zichtbaar op het dek bevinden; zo is altijd duidelijk dat er niets over de bodem sleept.

Kite

Activiteiten die binnen een windpark tot gevaarlijke situaties en hinder kunnen leiden, zijn verboden. Hieronder verstaan we onder meer duiken, kitesurfen en roekeloos vaargedrag. Verder is ook het overboord zetten van (vis)afval verboden.