Noordzeeloket

Waterkwaliteit

Voor vrijwel alle functies van de Noordzee is het van belang dat het water schoon en gezond is. Dat geldt op de eerste plaats voor de natuur en het ecosysteem. Ook waterkwaliteit wordt beschouwd als een functie van de Noordzee.

Noordzeekust Foto Leo van der Harst

Goede waterkwaliteit Noordzee

Goede waterkwaliteit betekent:
geen overmaat aan voedingsstoffen, zoals stikstof, fosfaat en organisch koolstof
Deze stoffen veroorzaken overmatige algenbloei (eutrofiëring) en ontregelen het ecosysteem (plaagalgen en zuurstoftekort).
minimale aanwezigheid (binnen de normen) van milieugevaarlijke stoffen, zoals PAK's, TBT, zware metalen, gebromeerde vlamvertragers en weekmakers
Deze stoffen hebben schadelijke effecten op de gezondheid en het voortplantingsvermogen van zeedieren. Ze komen niet alleen vrij in het water voor, maar hechten zich ook aan zwevend stof en hopen zich op in sediment en in levende organismen.

Bronnen verontreinigende stoffen

De belangrijkste bronnen van verontreinigende stoffen voor het Nederlandse deel van de Noordzee liggen in ons achterland (landbouw, stedelijk afvalwater, industrie en verkeer). Lozingen uit bovenstrooms gelegen bronnen bereiken de Noordzee met het rivierwater. Een aanzienlijk deel van de vracht aan vreemde stoffen komt vanuit verschillende windstreken door de lucht in de Noordzee terecht. Ook de scheepvaart draagt bij aan de emissie van verontreinigende stoffen. Deze afhankelijkheid van bronnen buiten eigen bereik maakt dat de Noordzeebeheerder vooral een signalerende en beoordelende rol heeft.

Het OSPAR-verdrag

De bronnen van verontreiniging en het zeewater zelf zijn niet aan grenzen gebonden. Enkele decennia geleden is daarom een sterke internationale beweging op gang gekomen om de verontreiniging van zeeën en oceanen gezamenlijk aan te pakken. Baanbrekend werk is in het Noordoostelijk-Atlantisch gebied al in de jaren zeventig verricht met de verdragen van Oslo en Parijs. Deze moesten het dumpen van afval op zee en het lozen van vervuilende stoffen vanaf het land terugdringen. In 1992 zijn beide verdragen samengevoegd in het OSPAR-verdrag. Veertien West-Europese kuststaten plus de EU-Commissie hebben het geratificeerd. Het OSPAR-verdrag heeft een sterke binding met de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) die voorschriften geeft voor de zeescheepvaart.

In EU-verband is een aantal richtlijnen van belang voor het bereiken en houden van een goede waterkwaliteit. Ze hebben vooral betrekking op de kwaliteit van binnenlandse watersystemen, maar dragen er wel aan bij dat de rivieren die in zee uitmonden schoner worden.

Strategieën OSPAR

Kenmerkend voor OSPAR is de uitwerking in aparte strategieën voor: eutrofiëring, milieugevaarlijke stoffen, olie, zwerfvuil en radioactiviteit. Uit deze strategieën komen afspraken, wettelijke verplichtingen en richtlijnen voort. Elke verdragspartner werkt deze uit in nationale wet- en regelgeving en in het beheer van het eigen deel van het Continentale Plat.

Momenteel werkt Nederland aan de nationale uitwerking van de EU Kaderrichtlijn Mariene strategie (KRM). Deze richtlijn verlangt van de lidstaten een strategische inzet om in 2020 in hun zeegebied een goede milieutoestand te hebben bereikt.

Sturen met vergunningen en convenanten

Het vergunningstelsel is de afgelopen decennia een effectief middel gebleken om de verontreiniging van het zeewater grotendeels weer binnen acceptabele grenzen te brengen. Vergunningen maken het mogelijk om wat internationaal (bijvoorbeeld in OSPAR-verband) is afgesproken te vertalen naar handhaafbare voorwaarden voor het gebruik van de Noordzee.
De afgelopen jaren is in de wisselwerking tussen overheid en bedrijfsleven geleidelijk een klimaat ontstaan van gedeelde verantwoordelijkheid. Dat maakt het mogelijk om naast het vergunningstelsel ook met convenanten de vinger aan de pols te houden.

Documenten en publicaties