Noordzeeloket

Zwerfvuil en microplastics

Zwerfvuil in zee is een groeiend probleem. Naast communicatie, bewustwording en schoonmaakacties ligt de nadruk op preventie door bronaanpak en het sluiten van de keten. Internationale samenwerking is noodzakelijk want de verspreiding blijft niet beperkt tot nationale grenzen.

Zwerfvuil op de NoordzeePlastic soep, ook in de Noordzee

(Plastic) zwerfvuil in zee, ook bekend als plastic soep, is een groeiend probleem met negatieve gevolgen voor het mariene ecosysteem maar ook met sociale, veiligheid, economische en mogelijk gezondheidsaspecten. Vanwege het internationale karakter van deze problematiek werkt Nederland actief samen met andere landen in het Noord Oost Atlantische oceaan gebied (in OSPAR verband). Ook in andere internationale gremia zoals de International Maritime Organisation (IMO) en het UNEP Global Partnership on Marine Litter (GPML) wordt aan dit probleem gewerkt. Verder staat het onderwerp op de agenda’s van de internationale rivierencommissies zoals Internationale Maascommissie (IMC) en Internationale Rijncommissie (IRC). De belangrijkste bronnen van zwerfvuil in zee zijn scheepvaart, visserij, strandrecreatie en de aanvoer via rivieren vanuit bronnen op het land.

Mondiaal gezien wordt ervan uitgegaan dat 80% van het afval in zee vanaf het land komt. Voor de Noordzee lijkt dit percentage lager te liggen. Analyse van strandafval van Nederlandse stranden laat zien dat 44% afkomstig is van bronnen op zee (scheepvaart/visserij), 30% van land (vooral strandtoerisme) en 26% is onbekend. Driekwart van het afval is plastic, zowel grotere stukken plastic als ook microplastic. De aanpak van zwerfafval in stroomgebieden is een belangrijk aangrijpingspunt voor het terugdringen van zwerfafval in zee.

Factsheet Ballonnen in het milieu

Ballonresten staan in de top tien van meest gevonden voorwerpen op het strand. Dit is reden geweest voor het ministerie van IenM om door TNO een verdiepend onderzoek te laten uitvoeren naar het aantal ballonnen dat jaarlijks wordt opgelaten, in het milieu terechtkomt en wat hiermee vervolgens gebeurt. Op basis van deze rapportage zijn de conclusies en alternatieven voor ballonoplatingen in deze factsheet samengevat. De factsheet is bedoeld om gemeenten te informeren en adviseren over de mogelijkheden om ballonresten in het milieu tegen te gaan.

Kaderrichtlijn Mariene Strategie, de aanjager

Op dit moment vormt de Kaderrichtlijn Marine Strategie (KRM) het belangrijkste juridische kader. De EU lidstaten, waaronder Nederland, worden verplicht tot het treffen van de maatregelen om in 2020 een goede milieutoestand (GMT) in hun mariene wateren te bereiken en/of behouden. Nederland neemt een actieve rol in bij de implementatie van deze richtlijn.

De Nederlandse inzet voor het aanpakken van mariene zwerfvuil vindt in verschillende kaders plaats: lokaal, nationaal, regionaal en mondiaal. Een internationale aanpak is noodzakelijk want de verspreiding van zwerfvuil in zeeën en oceanen blijft niet beperkt tot nationale grenzen.

Het kabinet heeft in de Mariene Strategie als doel voor 2020 gesteld om de hoeveelheid zwerfvuil op de kust (strandafval) en de impact in mariene organismen (“plastic deeltjes in magen van Noordse Stormvogels”) te reduceren. De in KRM geformuleerde GMT doelstelling is als volgt: “De eigenschappen van, en de hoeveelheden zwerfvuil op zee veroorzaken geen schade aan het kust- en mariene milieu”. 

De twee milieudoelen die voor 2020 gesteld zijn:

  • De hoeveelheid zichtbaar zwerfvuil op de kust is afgenomen
  • Er is een dalende trend in de hoeveelheid zwerfvuil in mariene organismen

Aanvullend op de doelstellingen uit de Mariene Strategie is een traject ingezet waarmee de beleidsinzet wordt aangescherpt door middel van aanvullende maatregelen om het probleem aan te pakken. Bij het terugdringen van zwerfvuil richt Nederland zich, conform het standpunt van het kabinet, op preventie, door middel van een integrale bronaanpak, bewustwording en het sluiten van productketens (Mariene Strategie, deel I). Dit kan door inzet van diverse beleidsinstrumenten: regelgeving, productenbeleid, consumentenbeleid en voorlichting en educatie. Daarnaast doet Nederland aan effectbestrijding.

Samengevat wordt in Nederland wordt inzet gepleegd op:

  • Preventie voor het ontstaan van zwerfvuil (o.a. door Green Deals, producteisen en afvalbeleid)
  • Sanering door schoonmaken van de stranden en Fishing for Litter project
  • Communicatie en bewustwording

Het sluiten van de keten

De uitwerking van de Nederlandse inzet krijgt haar beslag binnen de context van ‘groene groei’ (Tweede Kamerbrief Groene Groei, maart 2013). De inzet dient het hogere doel om een transitie te bereiken naar een duurzame economie waarin productie/consumptie-kringlopen gesloten worden: transitie “van afval naar grondstof”, “cradle to cradle”, het gebruik van wegwerpconsumptiegoederen (plastic tassen, plastic verpakkingsmateriaal) ontmoedigen en transitie naar een ‘niet-wegwerpcultuur’/circulaire economie. Veel acties zullen dan ook in andere kaders genomen moeten worden, zoals rondom duurzame consumptie en producties (SCP). Voorbeelden zijn eisen aan verpakkingen, ecodesign, afvalbeleid, etc. Het Kunststofketenakkoord ondertekend 12 november 2013, heeft partijen samen gebracht die samen afspraken maken hoe de keten te sluiten.

Green Deals

Een aantal van de nieuwe maatregelen in het KRM Programma van Maatregelen tegen zwerfvuil op zee zijn opgenomen in zogenaamde Green Deals: de Green Deal Scheepsafvalketen, de Green Deal Visserij voor een Schone Zee en de Green Deal Schone Stranden. In de loop van 2017 wordt een eerste evaluatie uitgevoerd naar de voortgang binnen de Green Deals.

Regionale Actie Plan Marine Litter van OSPAR

Op 28 juni 2014 heeft OSPAR het Regional Action Plan (RAP) Marine litter vastgesteld. Het plan beschrijft acties voor gemeenschappelijke maatregelen en doelen. Nederland heeft een trekkende rol in de ontwikkeling van een groot aantal OSPAR maatregelen. Deze OSPAR acties zorgen ervoor dat nationale acties een grotere reikwijdte krijgen.