Habitattype

De Voordelta is een jong en uniek getijdengebied voor de kust van de Hollandse en Zeeuwse eilanden. Het dankt veel van zijn huidige karakter aan de aanleg van de Maasvlakte. Sinds die tijd is het aereaal aan droogvallende platen sterk toegenomen, zodat het gebied van nog groter belang werd voor zeevogels en zeezoogdieren. Er is sprake van een overgang van ondiepe kustzee met zandbanken, via getijdengebied met droogvallende platen naar de echte kust, hier en daar met schorren, maar ook met zandvlaktes met beginnende duinvorming.

De Voordelta is daarom aangewezen als Natura2000-gebied op basis van een belangrijk aandeel aan zeven verschillende habitattypen:

Zeven verschillende habitattypen van de Voordelta en hun profieldocument
Habitattype Naam Profieldocument
H1110B Permanent met zeewater overstroomde zandbanken, subtype kustzone download (pdf, 432 kB)
H1140 Droogvallende slik- en zandplaten download (pdf, 432 kB)
H1310A Zilte pionierbegroeiing met zeekraalvegetatie download (pdf, 348 kB)
H1310B Zilte pionierbegroeiing met zeevetmuurvegetatie download (pdf, 348 kB)
H1320 Schorren met slijkgrasvegetatie download (pdf, 326 kB)
H1330A Buitendijkse schorren en zilte graslanden download (pdf, 429 kB)
H2110 Embryonale duintjes download (pdf, 330 kB)

Habitattype H1110B in de Voordelta

Het habitattype 'permanent met zeewater van geringe diepte over­stroomde zand­banken, subtype Noordzee-kustzone' is landschappe­lijk gedefinieerd op basis van vormen van het aardoppervlak en de (getijde)stroming van het water. Het omvat zandbanken in ondiepe delen van de zee die voortdurend onder water staan en waar de waterkolom zelden hoger is dan 20 meter. Plaatselijk kan er een harde ondergrond zijn zoals een schelpenbank, veen, keileem of stenen, of door organismen gevormde structuren. Wat tot het habitattype wordt gerekend omvat het gehele complex van zandbanken, tussenliggende laagten en geulen (die dieper kunnen zijn dan 20 meter), harde structuren en de waterkolom erboven. In helder water kan tot op deze diepte fotosynthese plaatsvinden, maar in het overwegend troebele kustgebied dringt het licht minder diep door. Algengemeenschappen kunnen daardoor alleen voorkomen in de ondiepere gebieden van dit habitattype. In het verleden kwamen in deze gebieden ook begroeiingen voor met groot zeegras (Zostera marina).

Het relatieve belang van dit habitattype binnen Europa is zeer groot. De Nederlandse kust en het Nederlands continentaal plat leveren een relatief zeer grote bijdrage aan het areaal van dit habitattype binnen de Europese Unie. De zandbanken van dit type zijn op veel plaatsen langs de Europese kusten te vinden, maar de combinatie van abiotische en biotische kwaliteiten in gebieden die vergelijkbaar zijn met de Voordelta en de Waddenzee niet. Die komen onder andere voor in de Deense en Duitse Waddenzee en in The Wash, het estuarium bij Norfolk aan de oostkust van Groot-Brittannië.

Voor het habitattype 1110 is een profieldocument opgesteld, maar vanwege de variëteit binnen dit habitattype heeft Nederland besloten het op te delen in drie subtypen. Dat zijn H1110A Waddenzee, H1110B Noordzee-kustzone en H1110C Offshore.

Subtype A komt uitsluitend voor in de Waddenzee, dus niet in de Noordzee.

Subtype B komt voor in de (al aangewezen) gebieden Voordelta en Westerschelde. Daarnaast komt dit habitattype voor in de al aangemelde maar niet nog aangewezen gebieden Noordzeekustkone en de Vlakte van de Raan.

Klik voor meer informatie over: algen en wieren, zeegras, getijdengebieden, kwelders en schorren, duinvorming.