Bruinvis

Bruinvis (Phocoena phocoena) – H1351

Bruinvis

De bruinvis is de kleinste walvisachtige in de Noordzee, maar hij is ook te vinden in zoet of brak water van baaien en riviermon­din­gen. Het geschatte aantal bruinvissen in de Noordzee ligt tussen de 300 duizend en 450 duizend exemplaren.

De lengte van het mannetje ligt tussen 1,5 en 1,9 meter bij een gewicht tussen 45 en 50 kg. Het vrouwtje wordt 1,6 tot 1,9 meter en rond 60 kg. De jongen meten bij geboorte 65 tot 100 cm en hebben een zoogtijd van zeven tot acht maanden.

Namen: (gewone) bruinvis (NL), harbour porpoise (GB), marsouin commun (F) en Schweinswal (D).

Kenmerkend voor de bruinvis is de kleine, driehoekige rugvin met stompe tip, net achter de helft van de rug. Hij heeft een bol voorhoofd en nauwelijks een snuit. De kleur varieert, maar meestal heeft hij een donkergrijze tot blauwe rug en een witte of licht­grijze buik. De borstvinnen, rugvin en staart zijn donker gekleurd en er loopt een donkere streep van de mondhoek naar de borstvinnen.

De bruinvis bereikt bij het zwemmen snelheden tot 23 km per uur. Tijdens het jagen duikt hij vier tot zes minuten en kan dan een diepte van tweehonderd meter halen. De levensverwach­ting is onduidelijk, maar schat­tingen variëren tussen de zes en twintig jaar. Bruinvissen verblijven het liefst in 'ondiep' water – tot driehonderd meter – met een temperatuur beneden de 17°C. Hun voedsel bestaat uit kleine vissen als haring, makreel en ansjovis, soms pijlinkt­visjes, garnalen en krill. De bruinvis maakt gebruikt van echolocatie om zijn prooi te vangen.

De bruinvis staat op de Rode Lijst van zoogdieren, in de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en in de Conventies van Bonn en Bern.

Luister naar het geluid van de bruinvis.

Het profieldocument van deze soort vindt u in de Gebiedendatabase van EZ.