Windparken

Het opwekken van elektriciteit met windmolenparken op zee is een nieuwe activiteit met een groot ruimtebeslag. Begin 2007 is voor de kust bij Egmond aan Zee het eerste windmolenpark van 36 molens gerealiseerd. Windenergie is een topprioriteit van dit kabinet en gaat het kabinet in belangrijke mate helpen de forse klimaat- en duurzame energiedoelstellingen te halen.

Noordzee windturbinepark Amalia

Heiwerkzaamheden om de molens in zee te funderen kunnen negatieve effecten hebben op het oriëntatievermogen van zeezoogdieren. Geluid draagt in water zeer ver en verstoort de zeezoogdieren die zich met echolocatie oriënteren, of die over grote afstanden met geluiden communiceren met hun soortgenoten. Tijdens het heien voor het eerste offshore windpark op de Nederlandse Noordzee voor de kust van Egmond aan Zee, deed IMARES onderzoek naar de mogelijke effecten op zeezoogdieren.

Effecten op zeedieren en vogels

De heiwerkzaamheden konden alleen worden uitgevoerd bij goed weer en een golfhoogte van maximaal één meter. Daarom vond het heiwerk plaats vanaf half april. Dat is ook de tijd van het jaar waarin de aanwezigheid van bruinvissen in het gebied gaat dalen naar een laag zomerniveau. Daarnaast werd de energie bij het heien langzaam opgevoerd en werd voorafgaand steeds een ‘pinger’ in het water gelegd om bruinvissen gelegenheid te bieden weg te zwemmen voor de volledige hei-energie werd toegepast. Er is geen indicatie dat er als gevolg van het heiwerk meer bruinvissen stranden of sterven dan anders het geval zou zijn geweest. Windmolens op zee krijgen wieken van 65 tot 100 meter lengte. Vogels kunnen tegen de wieken aanvliegen en overleven dat niet.


Functies en gebruik