Visserijmaatregelen

Om te voorkomen dat de visserij schade toebrengt aan de natuurwaarden in de aangewezen Noordzee-natuurgebieden zijn speciale maatregelen nodig.

Uit onderzoek is gebleken dat sommige visserijactiviteiten de natuur op de Noordzee kunnen bedreigen. Dat gebeurt vooral bij visserij die de bodem beroert, zoals de visserij met een boomkor, pulskor, garnalenvisserij, twinrig of fly-shoot of een andere vorm van visserij waarbij een net over de bodem wordt gesleept.

Boomkorvisser 800 px

De bodemberoerende visserij heeft een directe invloed op de habitattypen die op de Noordzee aanwezig zijn. Deze habitattypen worden beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). In de Nederlandse Noordzee gaat het vooral om het habitattype “permanent onder water staande zandbanken” en om het habitattype “Riffen”. Een zeer groot deel van de Noordzee bestaat uit permanent onder water staande zandbanken. De Natura 2000 gebieden Vlakte van de Raan, Voordelta, Noordzeekustzone en Doggersbank zijn door Nederland aangewezen om de zandbanken te beschermen. In de terminologie van de Habitatrichtlijn gaat het om habitattype 1110. De Klaverbank is aangewezen om de daar aanwezige stenige gebieden als riffen te beschermen. In de terminologie van de Habitatrichtlijn gaat het om habitattype 1170. Aanvullend op de Habitatrichtlijn gebieden zijn ook de Centrale Oestergronden en het Friese Front aangemerkt als zoekgebied voor het nemen van bodembeschermende maatregelen in de Mariene Strategie deel 1 (2012). De systematiek van de KRM verschilt aanzienlijk van die van de Habitatrichtlijn of de Vogelrichtlijn. In dit verband is een belangrijk aspect dat de KRM ook ziet op de integriteit van de bodem van de zee. De slibrijke, modderige bodems in die gebieden is geen habitattype onder de Habitatrichtlijn, maar bevat wel hoge biodiversiteitswaarden.

Tussen de overheid en stakeholders is intensief overleg geweest over de maatregelen voor de visserijsector die nodig zijn om de genoemde gebieden te beschermen. Dat zijn moeilijke gesprekken omdat het eigenlijk altijd gaat om beperkingen die moeten worden opgelegd aan de visserij op de Noordzee. Een andere manier om de effecten van de visserij in te perken is om de visserij duurzaam te laten vissen. Duurzaam betekent hier dat de bodemvisserij kan worden uitgeoefend zonder substantiële schade aan de beschermde habitats.

Om die discussies te informeren heeft de overheid eerst in beeld gebracht welke visserijactiviteiten voor welke natuurwaarden een bedreiging vormen. Vervolgens is onderzocht met welke visserijmaatregelen de natuurwaarden in de beschermde gebieden zijn veilig te stellen. Daarbij wordt tegelijkertijd onderzocht wat de economische effecten van die maatregelen zijn. Daar zijn inmiddels vele rapporten voor opgeleverd die met de stakeholders zijn besproken. Echter, er is een belangrijk uitgangspunt bij het nemen van visserijmaatregelen en dat is dat visserijmaatregelen zowel moeten gelden voor de Nederlandse als voor buitenlandse vissers. Om dat te bereiken moeten de maatregelen genomen worden door de Europese Unie. Die is exclusief bevoegd om aan alle visserij op de Noordzee voorwaarden of beperkingen op te leggen.

Daar is een bijzondere procedure voor:

Procedures voor het nemen van visserijmaatregelen op de Noordzee

Voor welke gebieden heeft de overheid al maatregelen getroffen:

Voor een aantal gebieden heeft de EU, op voorstel van Nederland, al maatregelen goedgekeurd. Het gaat dan om de garnalenvisserij in de Voordelta en de garnalen- en de kottervisserij in de Noordzeekustzone. Deze maatregelen zijn genomen in de periode 2008 en geëvalueerd in de periode 2014 voor de Voordelta. Voor de Noordzeekustzone zijn de maatregelen genomen in 2011 en geëvalueerd in 2017.

Voor de overige Natura 2000 gebieden is de situatie als volgt:

In de Vlakte van de Raan zijn vooralsnog geen maatregelen voorzien. Het accent ligt daar vooral op het onderzoek en het leren kennen van het gebied.

Voor de Klaverbank, Centrale Oestergronden en het Friese Front zijn inmiddels voorstellen geformuleerd om de visserij in de gebieden met hoge biodiversiteitswaarden te beperken. Dat geldt ook voor de Doggersbank waar in samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland en Denemarken voorstellen zijn ontwikkeld om de visserij in bepaalde gebieden toe te staan dan wel in andere gebieden deze te verbieden. Voor de Doggersbank komt het erop neer dat ca. 33% van de internationale Doggersbank voor de visserij met bodemberoerende vistuigen zal worden gesloten.

Maatregelen voor vogelrichtlijngebieden

In aanvulling op de habitatrichtlijn gebieden is een aantal gebieden exclusief of tevens aangewezen als vogelrichtlijngebied. Dat betekent dat in die gebieden maatregelen worden getroffen om bepaalde soorten vogels te beschermen. De volgende Natura 2000 gebieden zijn (ook) aangewezen als vogelrichtlijngebied: De Voordelta, de Noordzeekustzone en het Friese Front. Zoals gezegd zijn voor de eerste twee gebieden al maatregelen getroffen, maar voor het Friese Front zijn de maatregelen nog steeds in de fase van voorstellen.

Procedure voor het nemen van maatregelen

De procedure voor het nemen van visserijmaatregelen in mariene gebieden is tamelijk ingewikkeld (zgn. art. 11 procedure van het Gemeenschappelijk Visserij Beleid ). Daarom zullen we hier een vereenvoudigde weergave doen van die complexe procedure. De toepassing van de procedure is onafhankelijk van de locatie van het Natura 2000 gebied of het KRM gebied. In de oude regeling was er een onderscheid tussen de Territoriale Zee en de Exclusieve Economische Zone, maar dat onderscheid is sinds 2014 weggevallen.

Voorstellen door de Lidstaat

De procedure begint met een uitgebreid onderzoek naar de vraag welke natuurwaarden zich waar bevinden in een aangewezen gebied. Vervolgens wordt gekeken naar de activiteiten die plaatsvinden in het aangewezen gebied en hun effecten op de in de Habitatrichtlijn, het aanwijzingsbesluit en in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie omschreven natuurwaarden. Dit alles wordt vastgelegd in rapporten en worden vervolgens aangeboden aan de andere lidstaten die verenigd zijn in een internationale groep.

De Scheveningen Groep

De Scheveningen Groep is een regionaal – Noordzee-breed – overlegorgaan waarin alle Noordzeelanden zijn vertegenwoordigd. De groep adviseert de Europese Commissie over visserijaangelegenheden. Bovendien heeft het de functie om de voorstellen van de lidstaten te bespreken en de gevolgen ervan te zien voor de vissersvloten van die landen.

Uiteindelijk wordt in die Scheveningen Groep geconstateerd dat de landen vinden dat er voldoende informatie is geleverd door de voorstellende lidstaat. Ook dient er te worden afgestemd met de regionale adviesraad, in het geval van Nederland de North Sea Advisory Council (NSAC). Als dat gebeurd is wordt het voorstel formeel overgenomen door de Scheveningen Groep en wordt het ingediend bij de Europese Commissie.

De Europese Commissie

De Europese Commissie ontvangt een voorstel, beoordeelt het en zet het voorstel om in een Europese Verordening die direct werkzaam is voor de lidstaten. Nadat de Commissie een ontwerpverordening heeft gemaakt krijgen de Europese Raad en het Europarlement de kans de voorstellen te beoordelen die nu door de Commissie zijn overgenomen. De Commissie heeft zes maanden de tijd om de verordening te maken en de Raad en het Parlement hebben twee maanden de tijd om een opvatting te geven. Als die opvatting er niet komt kan de Commissie de verordening publiceren.

Vereenvoudigde procedure

In het geval dat het een Natura 2000 gebied binnen de Territoriale Zee betreft en er slechts een beperkt aantal lidstaten is betrokken bij het nemen van visserijmaatregelen is er een vereenvoudigde procedure mogelijk (zgn. art. 20 procedure). Deze komt er op neer dat de Lidstaat een voorstel overlegt met de betrokken lidstaten en dit dan indient bij de Europese Commissie.

Voor een volledig en gedetailleerd overzicht van de procedure zie Verordening 2317/2013 artikelen 11 en 20.


Informatie op Rijksoverheid.nl