Ruimtelijke programmering in het waterdomein

De nieuwe Omgevingswet (>2021) verplicht het Rijk om elke zes jaar beleids- en beheerplannen met ruimtelijke impact te bundelen tot overzichtelijke programma’s. Die worden ter besluitvorming voorgelegd aan de ministerraad. Dat geldt ook voor water. Hoe staat het met het ontwerp-Nationaal Water Programma 2022-2027 en het ontwerp-Programma Noordzee voor 2022-2027? Lisette Groot Kormelink en Tina Kelder (beide IenW) geven tekst en uitleg.

Ontwerp-Programma Noordzee

Ruimte in Nederland is schaars, de Noordzee lijkt leeg. Ruimteclaims op de Noordzee nemen toe. Maar schijn bedriegt. De Noordzee wordt intensief gebruikt. Wat te doen? Dat wordt beschreven in het Programma Noordzee 2022-2027.

Projectleider Tina Kelder (IenW) over programmeren op zee: “De Noordzee is een wereld op zich, met hele eigen stakeholders. Iedereen wil wat van de Noordzee, en deze activiteiten moeten binnen de draagkracht van het ecologische systeem passen. Omdat de ruimteclaims op de Noordzee toenemen wordt het afwegen van belangen steeds complexer. Er is dan ook veel overleg over verschillende Noordzeethema’s. Het ontwerp-Programma Noordzee brengt alle ruimtelijke plannen voor de periode 2022 – 2027 op hoofdlijnen samen.”

Dat vraagt vooral veel afstemming tussen de betrokken partijen. Het IDON speelt daarbij een belangrijke rol, zegt Tina Kelder. “Enerzijds als stuurgroep voor het Programma Noordzee, en anderzijds vanwege de afstemming met het Noordzeeoverleg. In dat overleg wordt ‘op consensus gericht overleg’ gevoerd over de ruimtelijke aspecten van het Noordzeeakkoord (getrokken door het OFL), die terecht zouden moeten komen in het Programma Noordzee. Het Noordzeeoverleg wordt onder andere ook door het IDON voorbereid.”

Afspraken Noordzeeakkoord verankerd in het Programma Noordzee

Kelder doelt bijvoorbeeld op ruimtelijke afspraken die er in het Noordzeeakkoord gemaakt zijn over energie, voedsel en natuur. “Die krijgen een plek in het programma. Voor wat betreft de energietransitie gaat het bijvoorbeeld om het aanwijzen van nieuwe gebieden voor windparken op zee na 2030. We zoeken genoeg ruimte voor ongeveer 27 gigawatt. Dat uitgangspunt is niet altijd gemakkelijk voor bestaande gebruikers van de zee, zoals de visserij. De vissers verliezen nu immers al terrein op zee, en nu gaat het Programma Noordzee nog meer windenergiegebieden aanwijzen voor na 2030. Dat levert spanning op.”

In het Noordzeeakkoord worden ook afspraken gemaakt over visserijbeperkende maatregelen in verschillende natuurgebieden. In het Programma Noordzee worden deze gebieden -conform het Noordzeeakkoord- aangewezen op het Friese Front, de Centrale Oestergronden, Klaverbank, Borkumse Stenen, Doggersbank en de Bruine Bank. De laatste als een Vogelrichtlijngebied.”

Volgens Kelder staan deze afspraken over energie, voedsel en natuur in het Programma Noordzee niet op zichzelf, ze worden uitgewerkt binnen de ruimtelijke context van de Noordzee als geheel. Daarbij bestaat er ook een relatie met andere bestaande gebruiksfuncties.

‘Scheepvaart is randvoorwaardelijk’

Welke andere gebruiksfuncties? Kelder: “Denk aan scheepvaart. We hebben afgesproken dat een veilige en onbelemmerde doorvaart voor commerciële scheepvaart ‘randvoorwaardelijk’ is voor ieder ander gebruik van de Noordzee. Maar er zijn ook afspraken voor de kleinschalige scheepvaart. Voor schepen tot 46 meter komen er doorvaartpassages door de windparken. Daarvoor gaan we het beleidskader ‘Doorvaart en medegebruik van windparken’ nu vaststellen in het Programma Noordzee. Dit beleidskader geeft ook handen en voeten aan de steeds grotere noodzaak om over te gaan tot meervoudig ruimtegebruik: natuur, voedsel en energie geïntegreerd ontwikkelen.”

Verder stelt het Noordzeeakkoord dat onderzocht moet worden of de zuidelijke Noordzee in de toekomst kan worden ontzien als het gaat om het aanwijzen van nieuwe windparken. “Dat betekent dat we die nieuwe windenergiegebieden ook in het noorden moeten zoeken, maar juist daar zijn er ook nieuwe scheepvaartroutes voorzien. Denk aan een toekomstige polaire route, en de route naar het Kattegat (zeestraat in Scandinavië).

In het Programma Noordzee moeten we voor die twee ruimtelijke vragen (windparken en scheepvaartroutes) dus slimme oplossingen bedenken. Dat gebeurt samen met een brede vertegenwoordiging van stakeholders, waaronder de Scheepvaartadviesgroep met de Havenmeesters, de Vereniging van reders (KNVR) en het Watersportverbond.”

Nog meer ruimteclaims op zee

Naast energie, voedsel, natuur en scheepvaart gaat het Programma Noordzee ook over kabels en leidingen, zandwinning en initiatieven rond de ‘Blauwe economie’, zoals offshore aquacultuur en zeewierteelt. De milieumaatregelen uit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) vormen een op zichzelf staande bijlage bij het programma, met bijzondere aandacht voor nieuwe maatregelen voor bijvoorbeeld zwerfvuil en onderwatergeluid. Nieuw is een beleidskader voor kunstmatige eilanden in zee. “Steeds meer partijen zouden daartoe initiatief kunnen nemen, en daarom moet er een kader komen om afwegingen daarvoor te kunnen maken.”

Water onder de Omgevingswet

De plannenmakerij voor de Noordzee staat niet op zich. Het Programma Noordzee behoort tot een groep wettelijke zoete en zoute waterprogramma’s waar het Rijk voor aan de lat staat. De wettelijke basis voor deze plannen komt voort uit de Waterwet, die binnenkort wordt vervangen door de Omgevingswet. Al deze plannen en programma’s van het Rijk lijken als Matroesjka poppen in elkaar te passen.

Lisette Groot Kormelink (IenW), programmamanager van het Nationale Water Programma: “De groep verplichte Rijksprogramma’s voor water bestaat uit de Stroomgebiedsbeheerplannen (Kaderrichtlijn Water), Overstromingsrisicobeheerplannen (ROR), maatregelen uit de Kaderrichtlijn Marien (KRM), de EU-richtlijn Marine Spatial Planning (MSP) en een nationaal waterprogramma. Ze komen nu samen in het overkoepelende NWP.”

Nationaal Water Programma

Hoe ver gaat het Nationaal Water Programma? Groot Kormelink: “Het NWP geeft een overzicht van nationaal beleid en uitvoeringsmaatregelen die er de komende zes jaar in het waterbeleid en -beheer op stapel staan. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk, andere overheden bindt het niet. Maar je wilt natuurlijk wel graag dat andere overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) de inhoud van het NWP vertalen naar hun eigen plannen.”

Het NWP gaat enerzijds over thema’s, zoals waterveiligheid, waterkwaliteit, natuur, zoetwater, drinkwater, scheepvaart, ‘water & omgeving’ en klimaatadaptatie. “Dat laatste thema kwam zes jaar geleden nog vrijwel niet voor in het NWP. Nieuw is ook de aandacht voor droogte: maatregelen van de Beleidstafel Droogte komen terug in het NWP.”

Naast deze thematische insteek gaat het NWP ook over gebieden en de gebiedsgerichte aanpak voor grote Rijkswateren, bijvoorbeeld voor de Zuidwestelijke Delta, de Wadden en de Noordzee. Maar hoe dan? Groot Kormelink: “Het Programma Noordzee kun je zien als de mariene “bijlage” van het Nationaal Water Programma (NWP). Maar omdat het programma voor de Noordzee zo omvangrijk is, zijn het Programma Noordzee 2022-2027 en het Nationaal Water Programma feitelijk nevengeschikt. Logisch dat de ontwerp-programma’s binnenkort samen de inspraak ingaan.” Daarover later meer.

BPRW

Bijzonder is ook dat dit NWP gaat over het waterbeleid én -beheer. “Daardoor ontstaan er nieuwe dwarsverbanden. Zo komt de scheepvaart nu veel nadrukkelijker in beeld bij het waterbeleid dan voorheen. Uiteraard blijven beleid en uitvoering qua rol- en taakverdeling nog wel gescheiden.”

Planning en inspraak

Al bij de start van het NWP-proces is er een uitvoerig participatieplan gepubliceerd met daarin de planning van de bijeenkomsten. “Begin 2020 zijn er vijf bijeenkomsten met stakeholders geweest, verdeeld over het hele land. Als gevolg van de coronamaatregelen lag het participatieproces daarna stil.” Ondertussen is de draad weer opgepakt. “Op 22 september is er een bijeenkomst in het OFL, die onafhankelijk advies geeft aan de minister. Het OFL roept stakeholders weer bij elkaar. We presenteren daar de 90 procent-versie van het NWP en we geven de stakeholders terug wat er met hun eerdere inbreng is gedaan.”

Hoe gaat het verder? Groot Kormelink: “Naar verwachting ligt er in maart 2021 een ontwerp-NWP 2022-2027 en een ontwerp-Programma Noordzee 2022-2027. Die gaan samen nog zes maanden de inspraak in. Daarna worden de programma’s ter besluitvorming voorgelegd aan de ministerraad. Het NWP en het Programma Noordzee zullen een jaar na het ontwerp verschijnen.”