Hoofdlijnen

Het mariene milieu is een kostbaar goed. De oceanen en zeeën maken 99% uit van de beschikbare levensruimte op onze planeet, bedekken 71% van het aardoppervlak en vertegenwoordigen 90% van de biosfeer, waardoor zij ook meer biologische diversiteit herbergen dan de terrestrische en zoetwaterecosystemen. Het mariene milieu is onmisbaar voor het voortbestaan van het leven zelf (met name als belangrijkste zuurstofbron) en is van wezenlijk belang voor het klimaat. Het is eveneens een belangrijke factor voor economische voorspoed, maatschappelijk welzijn en levenskwaliteit.

Noordzeekust Ameland. Foto: Jaap Hofker

Voor een goed functioneren van de oceanen en zeeën moet de milieutoestand goed zijn. Om die te bereiken is de Kaderrichtlijn Mariene Strategie in het leven geroepen.
Er zijn Europese Mariene regio’s benoemd, waarin lidstaten met elkaar dienen samen te werken. De kaderrichtlijn beveelt aan om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande regionale zeeconventies (zoals OSPAR voor Nederland).

Elke lidstaat moet een eigen mariene strategie opstellen die verband houdt met de mariene regio waartoe zijn gebied behoort. Zo’n strategie moet bestaan uit een statusbeschrijving van het mariene milieu voor de betreffende mariene regio aan de hand van elf descriptoren. Op basis hiervan stellen de lidstaten doelen en indicatoren vast om deze goede milieutoestand te bereiken. Ook een economische en sociale analyse van het gebruik van deze wateren en van de kosten van de verslechtering van de toestand van het mariene milieu maken er deel van uit.

Goede Milieutoestand (GMT)

Met behulp van een monitoringprogramma wordt het behalen van de doelstellingen en de goede milieutoestand continu gevolgd. Tevens moet er een operationeel programma van maatregelen worden ontwikkeld en geïmplementeerd om de doelstelling van een Goede Milieutoestand te kunnen bereiken. Over het voorgaande proces moet worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.