Schol

Legenda

De schol leeft op de zeebodem waar hij vooral weekdieren en wormen eet. Hij paait in de zuidelijke Noordzee. Jonge scholletjes groeien echter op in de Waddenzee en aangrenzende kustgebieden, waar zij profiteren van een groot voedselaanbod. Een volwassen schol kan 80 cm lang worden. Samen met de tong vormt hij een belangrijke bron van inkomsten voor de visserij.

In januari en februari leggen de vrouwtjes zo'n half miljoen eitjes. Jonge scholletjes zoeken hun voedsel vooral tijdens hoogwater op de ondergelopen platen, waar ze allerlei bodemdieren eten. De eerstejaars hebben het vooral voorzien op sifo's (in- en uitstroombuisjes) van nonnetjes. Later schakelen ze over op de wat minder gemakkelijk te grijpen staartstukken van zeepieren.

Zonder de kraamkamers in de Waddenzee zou de scholvangst in de Noordzee enkele tientallen procenten lager liggen. Maar liefst 75 procent van de schol in de Noordzee komt uit de Waddenzee gezwommen. Dat doen ze overigens steeds eerder. Verliet schol vroeger na zo'n drie jaar de Waddenzee, tegenwoordig trekt een groot deel al na één jaar, om op dieper water op te groeien. Ook trekken schollen steeds verder weg van de Waddenzee. De oorzaak van deze trend is nog onduidelijk.