Korrelgrootte zand

Legenda

Korrelgrootte zand 2004

Het Noordzeebekken bevat pakketten zand en klei van honderden meters dik. Dit zand en deze klei komen van het land en zijn in de loop van miljoenen jaren op de zeebodem afgezet. Sedimenten die op of net onder de zeebodem liggen, zijn gedurende de afgelopen 2,5 miljoen jaar aangevoerd.

In het zuidelijk deel van het Nederlands Continentaal Plat (NCP) zijn de afzettingen voornamelijk fluviatiel, afkomstig van rivieren. In het noordelijk deel zijn ook veel glaciale sedimenten aangevoerd vanuit Scandinavië of Groot-Brittannië aangevoerd. Het landijs dat in de ijstijden delen van de Noordzee bedekte heeft hiervoor gezorgd. De rivieren brachten zand, klei en grind naar het gebied. Het landijs bracht bovendien keileem en stenen. In de warme perioden werd het afgezette materiaal omgewerkt en getransporteerd door stromingen en golven, en werden mariene zanden en kleien afgezet. Op sommige plekken, bijvoorbeeld bij de Klaverbank en de Texelse Stenen, ligt door landijs en smeltwater aangevoerd grind aan de oppervlakte.

De bodem van het NCP bestaat grotendeels uit zand, met hier en daar grind en klei of silt. In het algemeen neemt de korrelgrootte aan de oppervlakte (bovenste meter) vanuit het zuiden naar het noorden steeds verder af. De korrelgrootte kan van plaats tot plaats echter sterk verschillen, net als ander eigenschappen van het sediment (zoals sortering). In het noordelijk deel van het NCP komt door afzetting van slib veel klei en silt voor in de bodem. De combinatie van silt en klei wordt slib genoemd. Ook kleine organische deeltjes (bijvoorbeeld algen) maken deel uit van het slib, zodat het uit twee componenten bestaat: mineraaldeeltjes en organische stof.