Getijverschil

Legenda

De diepte van het zeewater en de wateren die daarmee in open verbinding staan, worden gekarteerd ten opzichte van het reductievlak van gemiddeld Laag LaagWaterSpring (gLLWS). De actuele waterdiepte is de som van de op de kaart vermelde diepte en de getijhoogte (ook berekend ten opzichte van dit reductievlak).

Het reductievlak, dat door middel van lange reeksen van waarnemingen is bepaald, ligt dermate laag dat het tijdens ‘normale’ meteorologische omstandigheden zelden minder diep zal liggen dan in de kaarten wordt aangegeven. Omdat vorm en grootte van de getijcurve per locatie verschillen, wisselt ook het verschil tussen de gemiddelde zeewaterstand en het reductievlak per locatie.

Als gevolg van internationale standaardisering wordt in een overgangsperiode van enige jaren overgegaan naar een ander reductievlak: het Lowest Astronomical Tide (LAT). Dit vlak wordt bepaald op basis van astronomische voorspellingen en ligt lager dan het reductievlak gLLWS. Dit betekent dat een locatie op een kaart met het reductievlak LAT minder diep zal zijn dan op een kaart met het reductievlak gLLWS. Dit heeft geen gevolgen voor de werkelijke waterdiepte, omdat er meer getij moet worden bijgeteld. Gemiddeld zijn de verschillen tussen gLLWS en LAT 1 à 2 decimeter, in de Westerschelde kan het verschil oplopen tot 5 decimeter.

De kaart geeft het verschil aan tussen gLLWS en MSL (mean sea level).