Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

Veilige zee - Beleidsdoelstellingen

De beleidsterreinen die onder ‘veilige zee’ horen, zijn scheepvaart, kustlijnzorg en veilig zwemwater. De belangrijkste beleidskaders hiervoor zijn (zie bijlage 2 uit het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 voor een volledig overzicht):

Scheepvaart
De hoofddoelstellingen van het scheepvaartbeleid zijn:

  • voorwaarden scheppen om een vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer van en naar Nederlandse havens te bevorderen;
  • zorgdragen voor een zorgvuldige afstemming van de belangen van het scheepvaartverkeer op de andere gebruiksfuncties van de Noordzee;
  • voorwaarden scheppen voor een veilige verkeersafwikkeling langs de Nederlandse kust.

Deze hoofddoelstellingen zijn verder uitgewerkt in de volgende operationele doelen:

  • het door permanente verbetering verder verminderen van het aantal significante scheepvaartongevallen in 2010 en 2020 tot onder de 25 per jaar;
  • vaarwegonderhoud moet leiden tot een vaarwegprofiel, dat bijna permanent (98 procent van de tijd) voldoet aan de eisen.

Kustlijnzorg
Het hoofddoel van de kustlijnzorg is de veiligheid van primaire waterkeringen in het kustgebied te waarborgen. Dit doel is bereikt als de basiskustlijn wordt gehandhaafd en als wordt voldaan aan de normen uit de Wet op de waterkering.

Van belang is het meer operationele doel dat de basiskustlijn en de zandbalans in het kustsysteem gehandhaafd moeten blijven: het kustsysteem als geheel mag structureel geen zand verliezen. Daarom mag binnen de doorgaande NAP –20 meter lijn geen zand worden gewonnen. In de Nota Ruimte en het Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee (RON 2) is deze doorgaande NAP –20 meter lijn verankerd als zeewaartse begrenzing van het kustfundament. De doorgaande NAP –20 meter lijn + 2 km geldt als begrenzing voor diepe zandwinning.

Veilig zwemwater
Waarborgen van de veiligheid van het zwemwater in de kustzee is het hoofddoel. Hiertoe wordt de zwemwaterkwaliteit bewaakt aan de hand van een monitoringprogramma en getoetst aan wettelijke normen.

Op 24 maart 2006 is de nieuwe Europese Zwemwaterrichtlijn van kracht geworden. Deze vervangt de richtlijn uit 1976. De strengere regels moeten ervoor zorgen dat het zwemwater nog schoner wordt en dat de informatievoorziening aan zwemmers verbetert. Zo worden in de buurt van zwemwater borden geplaatst met informatie over de waterkwaliteit.

Tijdens het badseizoen (van mei tot oktober) worden eens in de twee weken metingen uitgevoerd op ruim zeshonderd plaatsen. Op basis van de meetresultaten kan de provincie een negatief zwemadvies geven of zelfs een zwemverbod instellen. Aan het eind van het seizoen analyseert Rijkswaterstaat alle resultaten en toetst die aan de Europese Zwemwaterrichtlijn. Rijkswaterstaat rapporteert dit aan de Europese Commissie. Die brengt op haar beurt jaarlijks een overzicht uit, per lidstaat, van de zwemwaterkwaliteit.