Ruimtelijk beheer - Visie
Het kabinet heeft in de Nota Ruimte gekozen voor een ruimtelijk beleid dat bestemmingen waar nodig ruimtelijk vastlegt, maar marktpartijen ook de ruimte geeft om – binnen bepaalde kaders – eigen initiatieven te ontwikkelen.
Vastgelegde bestemmingen zijn:
- scheepvaartroutes;
- defensieoefengebieden;
- gebieden met bijzondere ecologische waarden, onderverdeeld in:
- twee speciale beschermingszones in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn;
- vijf indicatief begrensde gebieden met bijzondere ecologische waarden uit de Nota Ruimte, waarvan het IBN 2015 er vier nader uitwerkt en begrenst.
Daarnaast geldt een uitsluitingsbeleid voor:
- zichtbare permanente werken binnen de 12-mijlszone;
- zandwinning binnen de doorgaande NAP –20 meter lijn;
- veiligheidszones rondom vaste objecten (windturbines, platforms) en onderhoudszones rond kabels.
Ten slotte is een reserveringsgebied voor beton- en metselzand opgenomen in de Nota Ruimte. In dit gebied is gebruik dat de winning van beton- en metselzand in de toekomst onmogelijk zou maken, niet toegestaan.
Als ontwikkelingen binnen de hierboven genoemde kaders geheel aan de vrije markt worden overgelaten - zonder verdere sturing door de overheid - zou dit enkele risico's met zich meebrengen. Voor een duurzaam gebruik van de Noordzee is het nodig versnippering te voorkomen en efficiënt met de ruimte om te gaan. Daarnaast is het wenselijk om conflicten tussen gebruiksfuncties zo veel mogelijk te vermijden. In het spanningsveld tussen vrijheid voor marktpartijen en sturing door de overheid is ruimtelijk beheer een middel om duurzaam gebruik van de Noordzee te bevorderen en daarbij initiatieven vanuit de markt zo min mogelijk te beperken.