Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

Rendabele zee - Beheertaken

Het ligt voor de hand dat voor het gebruik van een zo intensief benut gebied als de Noordzee kaders worden gesteld. Het gebruik kan (inter)nationaal worden gereguleerd door algemene regels, of door gebieden te reserveren of uit te sluiten voor een activiteit, maar ook door andere (bijvoorbeeld fiscale) maatregelen. Een belangrijk beheerinstrument voor de regulering van het gebruik is het onder bepaalde voorwaarden verlenen van vergunningen. Een hierbij aansluitend beheerinstrument is de handhaving van regels, voorschriften en vergunningen.

Scheepvaart en havens
Veel beheermaatregelen zijn gericht op een vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart op zee en van en naar havens.

Visserij
De visserij wordt grotendeels in internationaal verband gereguleerd. Nationaal beheer bestaat vooral uit de vertaling van EU-beleid naar maatregelen voor individuele vissers via de toekenning van quota en zeedagen. De Algemene Inspectiedienst (AID) is belast met het toezicht op en de handhaving van de visserijregelgeving.  De AID doet dit door fysieke controles in havens en op zee.

Overige sectoren
Regulering van gebruik gebeurt vooral door middel van vergunningverlening.
Voor olie- en gaswinning is de Mijnbouwwet (inclusief Mijnbouwbesluit en Mijnbouwregeling) het kader voor vergunningverlening. Ook de benodigde leidingen vallen onder de Mijnbouwwet. Op deze activiteiten die plaatsvinden binnen de 12-mijlszone is ook de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) van toepassing. De vergunningverlening onder de Mijnbouwwet (ministerie van Economische Zaken) en de Wbr (ministerie van Verkeer en Waterstaat) wordt op elkaar afgestemd. Handhaving en inspectie van de vergunningvoorwaarden onder de Mijnbouwwet is een verantwoordelijkheid van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

De ontwikkeling van windenergie op zee is geregeld in de beleidsregels voor de toepassing van de Wbr op installaties in de Exclusieve Economische Zone (EEZ). Hierin is onder meer opgenomen dat individuele windturbineparken geen grotere oppervlakte mogen beslaan dan 50 km². Deze vergunning wordt – na afstemming tussen de verschillende departementen – afgegeven voor de installaties, de inrichting van de parken en de bijbehorende bekabelingen.

Op basis van de Ontgrondingenwet en volgens de (rand)voorwaarden uit het Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee 2 wordt in een vergunning voorgeschreven waaraan de ontgronding (ophoogzand, beton- en metselzand, grind, schelpenwinning) moet voldoen qua diepte, omvang en locatie. Ook wordt aangegeven of vooraf een m.e.r.-procedure of milieuonderzoek verplicht is. Handhaving van de vergunningen bestaat uit het verrichten van lodingen, voor en na een ontgronding en uit de controle van de black box van het betreffende schip. In deze zwarte doos is allerlei informatie opgeslagen, zoals waar het schip heeft gevaren en waar en wanneer zand is gewonnen.

Voor de aanleg en exploitatie van telecommunicatie- en elektriciteitskabels is een Wbr-vergunning vereist.

Regionale en lokale overheden reguleren vooral het recreatief gebruik. Voor evenementen te water (bijvoorbeeld zeilwedstrijden) geeft de directeur Kustwacht een vergunning af. Zeesportvissers hebben geen vergunning nodig om te kunnen vissen.

 
 Interdepartementaal Directeurenoverleg Noordzee (IDON)

NWP Logo

 

EcoQOs

 

Europese Mariene Strategie

 

Noordzee Atlas