Gezonde zee - Algemeen
Een goede waterkwaliteit en behoud van biodiversiteit zijn bepalend voor een gezonde zee. Veel waterkwaliteitsdoelen worden nog niet gehaald en het ecosysteem van de Noordzee staat onder druk door verstorende activiteiten. Het Noordzeebeheer kan bijdragen aan het bestrijden van illegale lozingen en het voorkomen en bestrijden van calamiteiten. Ook kan de beheerder via vergunningen eisen stellen aan het gebruik. Dankzij het integrale afwegingskader – het nieuwe instrument uit het Integraal Beheerplan Noordzee (IBN) 2015 – ontstaan nieuwe mogelijkheden om vanuit het beheer het behoud van biodiversiteit te ondersteunen. Feit is echter dat verontreinigingen hoofdzakelijk van buitenaf (via rivieren en aangrenzende zeeën) in het Noordzeesysteem terechtkomen. Het Noordzeebeheer heeft niet op alle bedreigingen van de biodiversiteit grip, omdat sommige activiteiten in internationaal verband worden gereguleerd. In de komende jaren zullen beheerplannen voor stroomgebieden (op grond van de Kaderrichtlijn Water) en beheerplannen voor beschermde natuurgebieden op zee (op grond van de Vogel- en/of Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingwet 1998) worden opgesteld. Deze instrumenten bieden betere handvatten om vanuit het Noordzeebeheer een gezonde zee te realiseren. Het blijft een belangrijke taak voor het Noordzeebeheer om via kennis en informatie problemen te signaleren en deze te agenderen bij de beheerders van de in zee stromende wateren en bij de beleidsmakers.
Begrenzing vier gebieden met bijzondere ecologische waarden
Met het IBN 2015 zijn grenzen vastgelegd van vier gebieden op de Noordzee waarvan de natuurwaarden extra bescherming krijgen. De gebieden zijn: een deel van de kustzee, het Friese Front, de Klaverbank en de Doggersbank. Deze gebieden waren in de Nota Ruimte al indicatief begrensd en voldoen aan de criteria van de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn (VHR) en van het OSPAR-verdrag. Voor de kustzee geldt het volgende: twee gebieden zijn al bij de Europese Commissie aangemeld als Habitatrichtlijngebied, respectievelijk aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn: dit zijn de Voordelta en de kustzee ten noorden van Petten. Voor de Voordelta is een beheerplan gemaakt en in werking. Hierin is de compensatie voor de effecten van de aanleg van de 2e Maasvlakte opgenomen. Het IBN 2015 geeft in aanvulling hierop de kustzee tussen Bergen en Petten een beschermde status en breidt voorts de bescherming van de kustzee ten noorden van Petten uit tot de doorgaande NAP –20 meter lijn. Dit in navolging van de Nota Ruimte. Om praktische redenen is de begrenzing ten noorden van Schiermonnikoog iets zuidelijker vastgesteld. Ook de kustzee ten zuiden van de Voordelta (inclusief de Vlakte van de Raan) oftewel de Westerscheldemonding wordt beschermd als gebied met bijzondere ecologische waarden. De kustzee tussen de Voordelta en Bergen blijft buiten het specifieke beschermingsregime van het IBN 2015. Op deze wijze worden de meest waardevolle gebieden in de kustzee beschermd. De landwaartse begrenzing van de nieuwe gebieden in de kustzee is de laaglaagwaterlijn.
De vier nieuwe gebieden worden vermoedelijk rond 2008 formeel aangewezen als Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebied op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. Parallel daarmee is aanmelding van bedoelde gebieden als Marine Protected Area (MPA) in het kader van OSPAR voorzien.
Bekijk hier de gebieden met bijzondere ecologische waarden.
Download hier het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 (IBN2015) Download hier het Beheerplan Voordelta