Gezonde zee - Beleidsdoelstellingen
Een goede waterkwaliteit en behoud van biodiversiteit zijn bepalend voor een gezonde zee.
Waterkwaliteit
Het doel van het waterkwaliteitsbeleid is het voorkomen en terugdringen van negatieve effecten van verontreinigende stoffen en van een overmaat van nutriënten, zoals stikstof en fosfaat. Dit moet worden bereikt door het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen en verliezen van gevaarlijke stoffen. Uiteindelijk moet dit leiden tot concentraties in het mariene milieu, die voor natuurlijke stoffen dichtbij de achtergrondwaarden (zeg maar de van nature aanwezige waarden) liggen en voor synthetische stoffen vrijwel nul bedragen. Dit beleid is uitgewerkt in normen, die goede aanknopingspunten geven voor concrete toepassing bij de vergunningverlening. De meeste verontreinigingen bereiken de Noordzee echter via de rivieren, aangrenzende zeeën en de lucht, zodat de directe invloed van het Noordzeebeheer op de waterkwaliteit beperkt is.
Biodiversiteit
Een van de hoofddoelstellingen van het internationale en nationale Noordzeebeleid is de biodiversiteit in de Noordzee te behouden. Dit moet met een ecosysteembenadering worden bereikt. Het betekent dat het gebruik van de Noordzee moet worden afgestemd op de draagkracht van het ecosysteem. Een zekere mate van verstoring door menselijk gebruik kan daarbij worden geaccepteerd. Onder verstoring wordt hier verstaan: onttrekking van fauna (visserij), geluid-, licht- en visuele hinder, vertroebeling en verandering van sediment (bijvoorbeeld baggeren). Om de ecosysteembenadering concreet te maken worden twee sporen gevolgd:
- Het formuleren van ecologische kwaliteitsdoelen (Declaratie van Bergen, 2002) – indien mogelijk kwantitatief – voor de algemene kwaliteit van de Noordzee en het daarop afstemmen van het gebruik.
- Bescherming van soorten en gebiedsspecifieke waarden.
Om de doelstellingen voor de waterkwaliteit en biodiversiteit te bereiken blijven het ‘voorzorgsprincipe’ en het ‘stand-still principe’ belangrijke elementen. Dit kan enerzijds betekenen dat geen (nieuwe) activiteiten op de Noordzee kunnen worden ontplooid als er niets of te weinig bekend is over mogelijke negatieve effecten. Anderzijds mogen concentraties van schadelijke stoffen in de Noordzee niet toenemen.
Beleidskaders
De ecologische kwaliteit van het Noordzeesysteem staat onder druk als gevolg van intensief gebruik door onder meer de visserij, en door de instroom van verontreinigende en eutrofiërende stoffen vanuit rivieren. Internationale samenwerking is vereist om aan deze problemen het hoofd te bieden. De Noordzee ministers conferentie (NZMC), waarin ook de Europese Commissie is vertegenwoordigd, geeft politieke richting aan het internationale Noordzeebeleid. Daarnaast is het OSPAR-verdrag een belangrijk internationaal kader voor de ontwikkeling van beleid en regelgeving voor de Noordzee. De tijdens de NZMC gemaakte afspraken worden met name door OSPAR geconcretiseerd. Vanaf 15 juli 2008 is de Kaderrichtlijn Mariene strategie van kracht. Deze richtlijn beoogt het bereiken van een goede milieutoestand van de Europese zeeen 2020. Naast bovengenoemde zijn voor het Noordzeebeheer vooral de volgende kaders van belang:
- EU richtlijnen:
Kaderrichtlijn Water (KRW); Kaderrichtlijn Mariene strategie (KRM);
Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR);
Richtlijn Havenontvangstvoorziening (HOI's); - Verdragen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO);
- Voortgangsnota scheepvaart en milieu (SVM);
- Milieubeleidsplan voor de scheepvaart (MBS);
- Natuur voor mensen, mensen voor natuur (NMMN).