Gezonde zee - Beheertaken
De verantwoordelijkheid om de doelstellingen voortkomend uit de (inter)nationale afspraken te realiseren, ligt deels bij de beheerders van de Noordzee, maar ook bij anderen zoals de beheerders van rivieren. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is primair verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit primair voor de natuurdoelstellingen. De taken die de beheerders vervullen, liggen op het gebied van:
- Uitvoering;
- Handhaving;
- Kennis- en informatiebeheer;
- Signalering en evaluatie.
Het beheer ten behoeve van behoud van biodiversiteit en dat ten behoeve van een goede waterkwaliteit kunnen niet los van elkaar worden gezien. Toch gelden er verschillende accenten.
Voor de vier gebieden geldt – in aanvulling op het afwegingskader voor de gehele Noordzee – een specifiek beschermingsregime. Dit is bedoeld om nieuwe ingrepen te voorkomen die de aanwijzing als beschermd gebied later zouden belemmeren. Daarom zijn nieuwe activiteiten in deze gebieden alleen toegestaan als er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang.
Als de gebieden formeel zijn aangewezen als Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebied wordt het beschermingsregime van de Natuurbeschermingswet 1998 van kracht. Het interim-beschermingsregime uit het IBN 2015 (Integraal Beheerplan Noordzee 2015) heeft geen gevolgen voor visserij en ander niet-vergunningplichtig gebruik, zoals scheepvaart. Eventuele maatregelen voor deze functies komen pas in beeld nadat een gebied is aangewezen als beschermd gebied op grond van de Natuurbeschermingswet of als VHR-gebied. Voor de Voordelta en de Noordzeekustzone ten noorden van Petten zijn beheerplannen in voorbereiding.