Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

PKB Derde nota Waddenzee

Officiële naam Ontwikkeling van de wadden voor natuur en mens; Deel 4 van de planologische kernbeslissing Derde Nota Waddenzee, tekst na parlementaire instemming (Ministerie van VROM, januari 2007)
Bereik Waddenzee
Verantwoordelijke minister Minister van Infrastructuur en Milieu
Datum aanname 22-02-2007
Datum inwerkingtreding Het in de PKB opgenomen beleid geldt voor een periode van 10 jaar vanaf inwerkingtreding van de PKB
Commentaar Het jaar 2030 wordt in de PKB als planhorizon gehanteerd.
Status Vigerend

Essentie:

De PKB Waddenzee, vervat in deel 4 van de Derde nota Waddenzee, bevat de hoofdlijnen van beleid voor de Waddenzee. De PKB is gebiedsgericht van karakter en integreert het ruimtelijke en ruimtelijk relevante rijksbeleid voor de Waddenzee. De PKB hanteert 2030 als planhorizon. Het in de PKB opgenomen beleid geldt voor een periode van 10 jaar.

Onder het waddengebied wordt in de PKB verstaan de Waddenzee, de waddeneilanden, de zeegaten tussen de eilanden, de Noordzeekustzone tot 3 zeemijl uit de kust alsmede het grondgebied van de aan de Waddenzee grenzende gemeenten op het vaste land. Onder het PKB-gebied wordt dat deel van het Waddengebied verstaan dat op de bijgaande PKB-kaart A als zodanig is weergeven. Bijlage 1 bij de PKB geeft een omschrijving van dit gebied. De zeewaartse begrenzing van dit gebied valt in belangrijke mate samen met de lijn die de begrenzing vormt tussen de binnenwateren en de territoriale zee. In een aantal gevallen doet de PKB beleidsuitspraken die de grens van het PKB-gebied overschrijden, gezien hun belang voor de realisering van de hoofddoelstelling voor de Waddenzee.

Hoofdstuk 2 van de PKB geeft de beleidsuitgangspunten. De hoofddoelstelling is de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Met het oog op de uitwerking van deze hoofddoelstelling wordt een ontwikkelingsperspectief voor de Waddenzee tot 2030 geschetst. De hoofdpunten van dit ontwikkelingsperspectief worden gegeven aan het eind van hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3 van de PKB geeft de beleidskeuzen weer die het kabinet van belang acht voor het realiseren van de doelstellingen voor de Waddenzee en het realiseren van het lange termijn ontwikkelingsperspectief. Het beleid met betrekking tot de natuur is gericht op een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van het ecosysteem. Ten aanzien van menselijke activiteiten wordt per specifieke categorie aangegeven welk beleid wordt gevolgd. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in het beleid ten aanzien van: gesloten gebieden; inpolderingen; veiligheid; scheepvaart; burgerluchtvaart; offshore-installaties; kabels en buisleidingen; haven- en industriegebieden; bebouwing; baggerspecie; diepe delfstoffen; windturbines; ontgrondingen; archeologie; recreatie; visserij; militaire activiteiten; en pierenwinning.

Hoofdstuk 4 bevat het afwegingskader voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van plannen, projecten en handelingen. Deze zijn mogelijk mits zij passen binnen de gestelde beleidskaders en doelstellingen, zoals vastgesteld in de PKB. Voor de bescherming van de natuurlijke waarden en kenmerken van de Waddenzee (gedefinieerd in hoofdstuk 4.1 van de PKB) is het afwegingskader van toepassing zoals vastgelegd in de Natuurbeschermingswet 1998

Hoofdstuk 5 van de PKB heeft betrekking op de doorwerking en evaluatie van het Waddenzeebeleid. Bij doorwerking van het beleid wordt aandacht besteed aan de rol van lagere overheden en andere belanghebbenden en de externe werking. Plannen, projecten of handelingen buiten het PKB-gebied, waarvan op grond van objectieve gegevens niet kan worden uitgesloten dat zij afzonderlijk of in combinatie met andere plannen, projecten of handelingen significante gevolgen hebben voor de, op grond van de PKB, te beschermen en te behouden kenmerken en waarden van de Waddenzee dienen aan de hoofddoelstelling van de PKB te worden getoetst.

Hoofdstuk 6 gaat in op de bestuurlijke organisatie van het Waddenzeebeleid. Een goede afstemming tussen beleid en uitvoering wordt essentieel geacht voor het welslagen van dit beleid. De afstemming op strategische hoofdlijnen van het Waddenzeebeleid vindt plaats in het Coördinatiecollege Waddengebied (CCW). De uitwerking van de strategische hoofdlijnen vindt plaats in het Regionaal College Waddengebied (RCW). In beide organen zijn rijk, waddenprovincies, waddenkustgemeenten, waddeneilanden en waterschappen vertegenwoordigd.

De in het RCW vertegenwoordigde overheden hebben gezamenlijk het beheer en ontwikkelingsplan Léven in de Wadden vastgesteld. In het plan worden de voornemens en doelen uit de Derde Nota Waddenzee verder geconcretiseerd en gecombineerd, en afgestemd met beleid van de regionale overheden, de invulling van natuurwetgeving en de Kaderrichtlijn water.

De PKB Waddenzee heeft op grond van de invoeringswet Wet ruimtelijke ordening de status van structuurvisie gekregen. De beleidsuitspraken uit de PKB Waddenzee zullen in de nabije toekomst juridisch worden gewaarborgd door het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), welke op 22 augustus 2011 is vastgesteld en waarschijnlijk na half november 2011 in werking zal treden.

Volledige tekst: PKB Derde nota Waddenzee

Samenvatting PKB Derde nota Waddenzee (PDF 39 Kb)