Ambtelijke verkenning naar aanvullende windenergiegebieden op zee
De context
De zoekopdracht naar aanvullende windenergiegebieden en de aankondiging van de besluitvorming een ankergebied ten zuiden van de IJgeul, zijn geformuleerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015. De context van de zoekopdracht is dat het vorige kabinet in het kader in het Werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ een streven heeft geformuleerd om in 2020 een zo kosteneffectief mogelijk opgesteld vermogen van circa 6000 Megawatt (MW) windenergie op zee te realiseren. In het NWP 2009-2015 heeft het kabinet gekozen voor het aanwijzen van een beperkt aantal grote windenergiegebieden: Borssele en IJmuiden. In het NWP wordt ook geconcludeerd dat een kosteneffectieve toepassing van wind op zee vraagt om het aanwijzen van een substantieel gebied dichter bij de kust. Daarom heeft het kabinet in het NWP twee zoekgebieden geïnitieerd waarin aanvullende ruimte voor wind op zee gevonden dient te worden.
1. Zoekgebied voor de Hollandse kust
2. Zoekgebied ten noorden van de Waddeneilanden
Ambtelijke verkenning
De ambtelijke verkenning naar aanvullende ruimte voor windenergie op de Noordzee in de zoekgebieden voor de Hollandse kust en ten noorden van de Waddeneilanden is afgerond. Het doel van deze ambtelijke verkenning is beslisondersteunende informatie te leveren voor het aanwijzen van aanvullende windenergiegebieden in de aangegeven zoekgebieden.
In dit zoekproces zijn belanghebbenden intensief betrokken. Op 8 november 2010 zijn de eindconclusies van deze zoekopdracht gepresenteerd in het Overlegorgaan Water en Noordzee.
De uitkomst hiervan is:
- In het gebied voor de Hollandse kust kan alleen ruimte voor 3000 MW gevonden worden als andere gebruiksfuncties inschikken. Voor de goedkoopste variant is er geen unaniem draagvlak bij alle betrokken partijen.
- Een windenergiegebied ten noorden van de Waddeneilanden is mogelijk zonder aanpassing van het huidige militaire oefengebied
Onderzoek rapporten:
Eindrapport Zoekopdracht aanvullende windenergiegebieden Nationaal Waterplan
Bijlage - Zeekaarten van de varianten
Vervolg
De besluitvorming over aanvullende windenergiegebieden kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen rondom de reeds verleende (z.g. ronde 2)-vergunningen. Het ontbreken van een breed draagvlak voor een variant voor windenergiegebieden voor de Hollandse kust heeft vooral te maken met de inpassing van ronde 2 vergunningen.
In het Notaoverleg MIRT-Water van 13 dec. 2010 is een motie aangenomen die de regering verzoekt om de levensduur van de negen vergunningen voor wind op zee die geen SDE-subsidie hebben gekregen in het kader van de tender voor ronde 2, te verlengen van 2012 naar (motie Van Veldhoven, nr. 52 (32500-A). Hierover heeft de staatssecretaris van I&M aangegeven dat hij daar positief tegenover staat, als partijen kunnen aantonen dat er tot 2020 een serieuze kans is op realiseren van windturbineparken in de vergunde ruimte.
Met de windvergunninghouders is van daaruit afgesproken om in overleg te gaan met de partijen die beroep hebben aangetekend tegen de vergunningen om te bezien onder welke voorwaarden draagvlak mogelijk is voor verlenging. Wanneer er een breed gedragen voorstel ligt voor het verlengen van vergunningen uit ronde 2, neemt dit ook belemmeringen weg om tot besluitvorming over aanvullende windenergiegebieden te komen. Daarom heeft de Staatssecretaris besloten om de besluitvorming over aanvullende windenergiegebieden aan te houden totdat er een met hem overeengekomen lijn is over de verlenging van ronde 2-vergunningen tot 2020.