Oppervlaktedelfstoffenwinning

Op de Noordzee mogen – zeewaarts van de NAP -20 m dieptelijn – met een vergunning zand en grind worden gewonnen. Winning van grind komt nauwelijks voor, van zand des te meer. Zandwinning is zelfs een activiteit van nationaal belang. Schelpen mogen gewonnen worden in water dieper dan -5 m NAP.

Zandwingebied

Voor zandwinning is een gebied gereserveerd tussen de 12-mijlsgrens en de doorgaande NAP -20 m dieptelijn. In dit gebied, met een oppervlakte van 5.134 km2 , heeft zandwinning prioriteit maar andere gebruiksfuncties zijn niet uitgesloten. Grootschalige zandwinning is toegestaan vanaf 2 km zeewaarts van de doorgaande NAP -20 m dieptelijn.

Oppervaktedelfstoffenwinning. Foto: Frans JansenZand voor kustonderhoud en ophoogzand

Het zeezand wordt gebruikt om de kust te onderhouden (nu ongeveer 12 miljoen m3 per jaar) en als ophoogzand op het land (nu ongeveer 13 miljoen m3 per jaar). Door zand op het strand en de zeebodem aan te brengen wordt voorkomen dat de Nederlandse kustlijn landwaarts verschuift. Bij voorkeur wordt zand onder water aangebracht in plaats van op het strand. Dit veroorzaakt minder hinder voor de recreanten en is meestal goedkoper.

Kustonderhoud

Ook de veiligheid op de langere termijn – gezien de verwachte zeespiegelstijging – speelt een belangrijke rol bij het onderhoud van de kust. Het is niet ondenkbaar dat de behoefte aan zand voor kustonderhoud de komende decennia groeit tot zo’n 85 miljoen m3 per jaar, terwijl ook op het land de vraag naar zeezand nog toeneemt. Het is dus van het grootste belang te beschikken over een strategische voorraad van voldoende omvang en te zorgen voor efficiënte winning en efficiënt ruimtegebruik.

Zandwinstrategie

Om de zandwinning in goede banen te leiden, is een zandwinstrategie opgesteld die uitgaat van evenwichtige afweging van alle relevante belangen. Rijkswaterstaat Noordzee voert het strategisch beheer van de zandreserve uit door de planning van de wingebieden (in ruimte en tijd) beter aan te sturen en door efficiëntere vergunningprocedures. De gemiddelde diepte van de zandwinputten moet in principe meer dan 2 meter zijn, ook als het gaat om kleinschalige zandwinning. Deze maatregel vergroot het doelmatig gebruik van de strategische zandvoorraad aanzienlijk. Door deze maatregelen heeft Nederland in het aangewezen zandwingebied voldoende voorraad voor de 21e eeuw.
Bij de vergunningverlening speelt het probleem mee dat de belangen die rond zandwinning spelen niet overal hetzelfde gewicht hebben. Het zandwingebied voor de kust van IJmuiden is bijvoorbeeld erg smal, terwijl de vraag naar zand in deze economisch belangrijke regio erg groot is. Voor de zuidwestkust valt het gebied tussen de doorgaande NAP -20 m lijn en de 12-mijlsgrens grotendeels samen met het mogelijk ecologisch waardevolle gebied de Zeeuwse Banken. Dit soort omstandigheden vraagt om regionaal maatwerk.

Schelpenwinning

Schelpenwinning is toegestaan in gebieden tot 50 kilometer uit de kust, vanaf de NAP -5 m dieptelijn. De winning vindt behalve in de Noordzee en de Voordelta plaats in de buitendelta’s en zeegaten van de Waddenzee. Soms zijn dat ook Natura 2000-gebieden. Dan wordt bij de uitbreiding of verlenging van de vergunning ook gekeken naar het afwegingskader van de Natuurbeschermingswet.
De hoeveelheden gewonnen schelpen mogen niet groter zijn dan de natuurlijke aanwas.

Noordzeeloket