Noordzeeloket

Oppervlaktedelfstoffenwinning

Op de Noordzee mogen – zeewaarts van de doorgaande Normaal Amsterdams Peil (NAP) -20 meter dieptelijn – met een vergunning zand en grind worden gewonnen. Winning van grind komt nauwelijks voor, van zand des te meer. Zandwinning is zelfs een activiteit van nationaal belang. Schelpen mogen gewonnen worden in water dieper dan -5 meter NAP.

Zandwingebied

Voor zandwinning is een gebied gereserveerd tussen de 12-mijlsgrens en de doorgaande NAP -20 m dieptelijn. In dit gebied, met een oppervlakte van 5.134 km2, heeft zandwinning prioriteit, maar andere gebruiksfuncties zijn niet uitgesloten. Grootschalige zandwinning, met windiepten van meer dan 2 meter, is toegestaan vanaf 2 km zeewaarts van de doorgaande NAP -20 m dieptelijn.Rainbowen voor Scheveningen


Zand voor kustonderhoud en ophoogzand

Het zeezand wordt gebruikt om de kust te onderhouden (nu ongeveer 12 miljoen m3 per jaar) en als ophoogzand op het land (nu ongeveer 13 miljoen m3 per jaar). Door zand op het strand en de zeebodem aan te brengen wordt voorkomen dat de Nederlandse kustlijn landwaarts verschuift. Bij voorkeur wordt zand onder water aangebracht in plaats van op het strand. Dit veroorzaakt minder hinder voor de recreanten en is meestal goedkoper.
Grote hoeveelheden zand worden gebruikt voor specifieke projecten. Voor het kustonderhoud was dat het geval voor de zandmotor bij Delfland (21,5 miljoen m³ in 2011/2012) en de Hondsbossche- en Pettemer zeewering (35 miljoen m³ in 2014). Een veel grotere hoeveelheid is gewonnen voor de aanleg van Maasvlakte 2 (ca. 213 miljoen m³ in 2009-2013).

Kustonderhoud

Ook de veiligheid op de langere termijn – gezien de verwachte zeespiegelstijging – speelt een belangrijke rol bij het onderhoud van de kust. Het is niet ondenkbaar dat de behoefte aan zand voor kustonderhoud de komende decennia groeit tot zo’n 85 miljoen m3 per jaar, terwijl ook op het land de vraag naar zeezand nog toeneemt. Het is dus van het grootste belang te beschikken over een strategische voorraad van voldoende omvang en te zorgen voor efficiënte winning en efficiënt ruimtegebruik.

Zandwinstrategie

Om de zandwinning in goede banen te leiden, is een zandwinstrategie opgesteld die uitgaat van evenwichtige afweging van alle relevante belangen. Rijkswaterstaat Noordzee voert het strategisch beheer van de zandreserve uit door de planning van de wingebieden (in ruimte en tijd) beter aan te sturen en door efficiëntere vergunningprocedures. De gemiddelde diepte van de zandwinputten moet in principe meer dan 2 meter zijn, ook als het gaat om kleinschalige zandwinning. Deze maatregel vergroot het doelmatig gebruik van de strategische zandvoorraad aanzienlijk. Door deze maatregelen heeft Nederland in het aangewezen zandwingebied voldoende voorraad voor de 21e eeuw.
Bij de vergunningverlening speelt mee dat de belangen die rond zandwinning spelen niet overal hetzelfde gewicht hebben. Het zandwingebied voor de kust van IJmuiden is bijvoorbeeld erg smal, terwijl de vraag naar zand in deze economisch belangrijke regio erg groot is. De effecten op de natuur spelen overal een rol, maar komen vooral naar voren waar zandwingebieden grenzen aan Natura2000 gebieden. Dit soort omstandigheden vraagt om regionaal maatwerk.

Schelpenwinning

Schelpenwinning is toegestaan in gebieden tot 50 kilometer uit de kust, vanaf de NAP -5 m dieptelijn. De winning vindt behalve in de Noordzee en de Voordelta plaats in de buitendelta’s en zeegaten van de Waddenzee. Soms zijn dat ook Natura 2000-gebieden. Dan wordt bij de uitbreiding of verlenging van de vergunning ook gekeken naar het afwegingskader van de Natuurbeschermingswet.
De hoeveelheden gewonnen schelpen mogen niet groter zijn dan de natuurlijke aanwas.

Milieueffectrapportage zand- en schelpenwinning

Om negatieve invloeden op de natuur en op ander gebruik van de Noordzee zoveel mogelijk tegen te gaan worden morfologische en ecologische effecten van de winning voorafgaand aan de winning in beeld gebracht door een milieueffectrapportage. Tijdens en na de winning worden door een monitoringsprogramma de werkelijk optredende effecten bestudeerd. Hierdoor kan bij volgende vergunningverleningen voor winningen steeds beter met alle belangen rekening worden gehouden. Voorafgaan aan elke winning wordt een onderzoek uitgevoerd naar cultuurhistorische en archeologische waarden in het gebied.

Interactie met ander gebruik

Oppervlaktedelfstofwinning in de buurt van rustgebieden voor zeezoogdieren en vogels kan tot ongewenste verstoringen leiden. Bij de totstandkoming van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden worden ook de belanghebbenden van de zand- en schelpenwinning zoveel mogelijk betrokken.
Verder is het winnen van zand en andere oppervlaktedelfstoffen niet of nauwelijks mogelijk daar waar kabels en leidingen liggen. Bij de planvorming en vergunningverlening voor kabels en leidingen moet dan ook rekening gehouden worden met oppervlaktedelfstofwinning.