Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

Oppervlaktedelfstoffenwinning - Algemeen

Op de Noordzee mogen oppervlaktedelfstoffen, zoals zand, grind en schelpen, worden gewonnen. Momenteel wordt er hoofdzakelijk zand gewonnen. Er is weinig grindwinning op de Noordzee. Schelpenwinning gebeurt vooral in de Waddenzee, in de buitendelta’s en zeegaten van de Waddenzee en in de Voordelta. Voor schelpenwinning is een kleine verschuiving te verwachten van de Waddenzee, Westerschelde en de Voordelta naar de Noordzee.

Zandwinning is, afgezien van enkele uitzonderingen, alleen toegestaan zeewaarts van de doorgaande NAP -20 meter lijn. 
 
Zand in hopperzuiger Sinds 1974 is op het Nederlands Continentaal Plat (NCP) ongeveer 450 miljoen m³ zand gewonnen, waarvan 175 miljoen m³ uit de vaargeulen. De resterende 237 miljoen m³ komt, uitgaande van een winningsdiepte van twee meter, overeen met een oppervlak van 119 km². Jaarlijks wordt ongeveer 25 miljoen m³ zand gewonnen, waarvan ongeveer de helft voor gebruik als ophoogzand op land en de andere helft voor de kustverdediging (vooroever- of strandsuppletie). Sinds vooroeversuppleties worden toegepast, is de zandwinning voor kustverdediging sterk toegenomen. 
Voor meer informatie: www.rijkswaterstaat.nl/kustlijnzorg.

Om in te kunnen spelen op de fluctuerende vraag en de vraag naar zand van een bepaalde kwaliteit en om legeskosten te beperken, vroeg het bedrijfsleven vaak vergunning aan voor een groter gebied dan men daadwerkelijk wilde exploiteren. Ook werden vergunningen gevraagd voor bestaande gebieden waar al andere winners actief waren. In 2004 stonden er bijvoorbeeld vergunningen uit voor een gebied van in totaal 443 km². In slechts 8 à 12 procent daarvan werd echt zand gewonnen. Dit percentage van werkelijke winning ten opzichte van vergunde gebieden komt ongeveer overeen met dat van de geëxploiteerde gebieden in het Deense of Britse deel van de Noordzee. Zandwinvergunningen worden overigens verleend voor drie jaar, dus er is ruimte om via vergunningverlening in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of ander gebruik.
Eventuele winning op zee van beton- en metselzand is niet op korte termijn te verwachten. Dit zand bevindt zich in diepere lagen in de bodem en is eventueel alleen rendabel te winnen in combinatie met de winning van daarboven aanwezige zandlagen, voor zover deze geschikt zijn als ophoog- of suppletiezand tegen concurrerende kosten vanwege de grotere vaarafstanden.

Voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte, is de komende jaren nog eens 300 miljoen m³ extra ophoogzand nodig. Uitgaande van diepe zandwinning (circa 13-20 meter), is hiervoor een oppervlakte van ca. 15 km² nodig.

De Deltacommissie adviseert om de suppletie inspanningen te richten op een zeespiegelstijging van 130 cm tot 210 cm. Daardoor neemt de hoeveelheid suppletiezand toe van de huidige 12 miljoen m³ tot 85 miljoen m³ per jaar. Wordt ook nog een kustuitbreiding tot 1 km gerealiseerd in die periode dan moet maximaal 40 miljoen m³ per jaar extra gesuppleerd worden.

Voor de Westerschelde container terminal zal maximaal 20 miljoen m³ zand gewonnen worden. Voor het gebruik van zeezand als ophoogzand op land wordt een toename tot 25 miljoen m³ per jaar mogelijk geacht. Wordt ingezet op bredere dijken en terpen op land dan zal dit tot een sterkere toename van de behoefte aan zeezand leiden.