Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

Offshore mijnbouw - Vergunning

Voor het winnen van olie en gas geldt een m.e.r.-plicht, waarin het meest milieuvriendelijke alternatief wordt bepaald. Deze m.e.r.-plicht is gekoppeld aan vergunningverlening onder de Wet milieubeheer en de Mijnbouwwet. Als uit het MER (milieueffectrapport) blijkt dat er significante effecten zijn, moet het integrale afwegingskader voor elk winningsplatform worden doorlopen. Exploratieboringen zijn niet m.e.r.-plichtig.

Nut en noodzaak hoeven voor deze activiteiten in de Noordzee en in de gebieden met bijzondere ecologische waarden niet te worden onderbouwd, omdat ze expliciet in rijksbeleid worden toegestaan. Als er significante effecten worden verwacht, kan de activiteit in principe doorgaan na een afweging van het openbare belang en het natuurbelang, en met inachtneming van mitigatie (schadebeperkende maatregelen) en compensatie. In gebieden met bijzondere ecologische waarden moet worden onderzocht of er reële alternatieven zijn. In de VHR-gebieden binnen de 12-mijlszone zijn vanaf de kust zichtbare permanente werken niet toegestaan, tenzij er geen reële alternatieven zijn en de dwingende redenen van groot openbaar belang aannemelijk zijn gemaakt. Olie- en gaswinning vallen onder deze bepaling.
In de rest van de kustzee wordt voor zichtbare permanente werken alleen vergunning verleend als er geen reële alternatieven zijn en er redenen van groot openbaar belang zijn. Alternatieven zijn doorgaans zeer kostbaar. Olie- en gaswinning is immers gebonden aan het voorkomen daarvan in de ondergrond.

Beperking van effecten is geregeld in de Mijnbouwwet en in het Milieuconvenant Olie en Gas. In de Mijnbouwwet, Mijnbouwbesluit en Mijnbouwregeling zijn onder andere de milieurandvoorwaarden voor olie- en gaswinning vastgelegd. In het Convenant zijn meer doelstellende (maar niet vrijblijvende) afspraken gemaakt over bijvoorbeeld gefaseerde vervanging van schadelijke mijnbouwhulpstoffen, terugdringing van olielozingen en vermindering van emissies in de lucht. Het convenant loopt af in 2010. Of behalve beperking ook compensatie in de Noordzee aan de orde is, wordt bepaald door de mate waarin zich significante effecten voordoen. In de m.e.r.-rapportages die voor de huidige offshore-installaties op het NCP zijn voorbereid, is nooit sprake geweest van mogelijke significante effecten.