Ga direct naar de content
Home  |  Contact  |  Veelgestelde vragen  |  Wegwijzer  |  Bibliotheek  |  Links  |  Actueel  |  Abonneren Mail actueel  
 

OSPAR-Verdrag

Officiële naam Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Convention for the protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic)
Bereik Continentaal plat, EEZ, Territoriale zee
Verantwoordelijke minister Minister van Economische zaken, Landbouw & Innovatie, Minister van Infrastructuur en Milieu
Datum aanname 22-09-1992
Datum inwerkingtreding 25-03-1998 (voor Nederland 25-03-1998)
Commentaar Bijlagen I tot en met IV en Aanhangsels 1 en 2 zijn gelijktijdig met het Verdrag in werking getreden. Bijlage V en bijbehorend Aanhangsel 3 zijn in juli 1998 aangenomen en op 24 augustus 2001 voor Nederland in werking getreden.
Status Vigerend

Essentie:

Het OSPAR-Verdrag vormt een overkoepelend juridisch kader voor de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijke deel van de Atlantische oceaan, hetgeen tevens de Noordzee omvat. Het OSPAR-Verdrag, dat in 1998 in werking is getreden, vervangt het Verdrag van Oslo van 1972 en het Verdrag van Parijs van 1974. Besluiten, aanbevelingen en andere overeenkomsten tot stand gekomen onder deze laatste twee verdragen blijven van kracht, tenzij ze zijn beëindigd door nieuwe maatregelen aangenomen onder het OSPAR-Verdrag.

Het OSPAR-verdrag heeft als belangrijkste doel het voorkomen en beëindigen van de verontreiniging van het mariene milieu en het beschermen van het zeegebied tegen de nadelige effecten van menselijke activiteiten ten einde de gezondheid van de mens te beschermen en het mariene ecosysteem in stand te houden en, wanneer uitvoerbaar, aangetaste zeegebieden te herstellen. Verder is het erop gericht om te komen tot een duurzaam beheer van het zeegebied waarop het OSPAR-Verdrag van toepassing is. Duurzaam beheer is in de Preambule van het OSPAR-Verdrag gedefinieerd als “een zodanig beheer van menselijke activiteiten dat het mariene ecosysteem het rechtmatig gebruik van de zee kan blijven dragen en kan blijven voorzien in de behoeften van de huidige en toekomstige generaties”. Om deze doelstellingen te bereiken nemen Verdragspartijen, afzonderlijk en gezamenlijk, programma's en maatregelen aan en harmoniseren zij hun beleid en strategieën. Bij deze werkwijze dient een aantal beginselen te worden toegepast: het voorzorgsbeginsel, het beginsel 'de vervuiler betaalt', de beste beschikbare technieken, beste milieupraktijk en schone technologie.

Het OSPAR-Verdrag bevat algemene bepalingen ten aanzien van de bescherming van het mariene milieu tegen een aantal specifieke bronnen van verontreiniging, te weten verontreiniging vanaf het land, door storting of verbranding en door offshore activiteiten. Tevens schept het een kader voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. De partijen zijn verplicht te komen tot de opstelling van gezamenlijke rapporten ten aanzien van de kwaliteit van het mariene milieu van het gebied waarop het Verdrag van toepassing is. Het OSPAR-Verdrag is niet van toepassing op operationele lozingen van schepen en visserijactiviteiten, al worden de effecten van deze activiteiten wel beoordeeld.

De OSPAR Commissie is het belangrijkste gezagsorgaan binnen het Verdrag. De Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle verdragspartijen. Zij is verantwoordelijk voor de toezicht op de uitvoering van het Verdrag en de Bijlagen en het opstellen van programma’s en maatregelen. De Commissie kan hiervoor besluiten nemen, aanbevelingen doen en andere overeenkomsten vaststellen.

De algemene verplichtingen voor de partijen die zijn opgenomen in het Verdrag zijn nader uitgewerkt in de Bijlagen. Bijlage I bevat regels voor verontreiniging vanaf het land; Bijlage II voor het storten en verbranden van afval, en Bijlage III voor verontreiniging door offshore activiteiten. Op 28 oktober 2011 zijn voor Nederland amendementen in werking getreden voor Bijlagen I en II om de injectie van CO2 in geologische formaties onder de zeebodem juridisch mogelijk te maken. Bijlage IV vormt de juridische basis voor de beoordeling van de kwaliteit van het mariene milieu in de regio. Bijlage V is gericht op de bescherming en het behoud van ecosystemen en biodiversiteit.

Bijlage V bestrijkt alle mogelijke activiteiten die negatieve effecten op mariene ecosystemen en biodiversiteit kunnen hebben en voorziet in de mogelijkheid om deze (indien nodig) te reguleren, met uitzondering van visserij. Tevens bestaan er beperkingen voor de regulering van scheepvaart, waarvoor de Internationale Maritime Organisatie (IMO) de primaire verantwoordelijkheid draagt en slechts aanvullende maatregelen kunnen worden genomen binnen het OSPAR-verdrag. De voornaamste maatregelen die zijn vastgesteld door de OSPAR Commissie in het kader van Bijlage V hebben betrekking op:

  • het identificeren en beschermen van bedreigde of achteruitgaande soorten en habitats;
  • het in kaart brengen van (potentieel) schadelijke activiteiten;
  • het instellen van (een netwerk van) beschermde zeegebieden; en
  • het ontwikkelen van ecologische kwaliteitsdoelstellingen ter ondersteuning van de ecosysteembenadering.

De belangrijkste leidraad voor het uitvoeren van het OSPAR-verdrag en de bijlagen is de Strategie van de OSPAR Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van het noordoostelijke deel van de Atlantische oceaan 2010–2020 (OSPAR Agreement 2010-3). Deze strategie is vastgesteld in september 2010 door de OSPAR Commissie. De strategie actualiseert de eerdere vastgestelde strategieën. De ecosysteembenadering is door de OSPAR Commissie als leidend beginsel voor de uitvoering van het verdrag geïdentificeerd.

Volledige tekst OSPAR-Verdrag

Samenvatting OSPAR-verdrag (PDF 36 Kb)