Kabels en buisleidingen - Vergunning
Kabels en leidingen kunnen op de gehele Noordzee worden aangelegd, inclusief gebieden met bijzondere ecologische waarden en Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.
De aanleg van kabels en leidingen is m.e.r.-plichtig dan wel beoordelingsplichtig, afhankelijk van de voorgenomen route, omvang en specificaties. Beoordelingsplichtig wil zeggen dat het bevoegd gezag moet bepalen of voor een activiteit, vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder zij wordt ondernomen, een MER (milieueffectrapport) moet worden opgesteld.
In de vergunning wordt de meest milieuvriendelijke techniek voor het ingraven voorgeschreven. Dit is bedoeld als voorzorgsmaatregel om schade aan het milieu te beperken (mitigatie). Voor zover nut en noodzaak van een kabel- of leidingaanleg niet beleidsmatig zijn vastgelegd, zullen deze moeten worden onderbouwd. Met het oog op efficiƫnt ruimtegebruik zullen de veiligheids- en onderhoudszone waar mogelijk worden verkleind en wordt gezamenlijk met de initiatiefnemer de optimale route gezocht. Voor elektriciteitskabels kan verdergaande bundeling nodig zijn.
Afhankelijk van de locatie kunnen ook de specifieke bepalingen voor gebieden met bijzondere ecologische waarden, dan wel het afwegingskader van de Natuurbeschermingswet van toepassing zijn.
In een verleende vergunning onder de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) voor het leggen en behouden (exploiteren) van een kabel of leiding wordt standaard een opruimplicht als voorschrift opgenomen als de kabel of leiding buiten gebruik wordt gesteld. Ontheffing van deze opruimplicht wordt alleen verleend als de maatschappelijke baten van het laten liggen groter zijn dan de maatschappelijke kosten ervan. Deze afweging maakt het bevoegd gezag op basis van door de vergunninghouder aan te leveren informatie, en door aan de hand van een checklist de tijdelijke en permanente effecten van het laten liggen te beoordelen.
Voor leidingen die onder de Mijnbouwwet vallen, geldt een vergelijkbare regeling. Doorgaans blijven deze leidingen liggen na beƫindiging van de olie- of gaswinning. De eigenaar maakt de leidingen schoon en zorgt voor regelmatige inspecties op basis van de vergunningvoorwaarden.